Herman

De Dochter – 10 jaar – is met een vriendje naar huis gekomen. Herman. Herman moet hier 10 dagen blijven.Wat meer is, hij rekent dan nog op haar om hem eten te geven ook. Op de vierde dag was ze het al beu. Herman is nu mijn vriendje geworden… Binnen enkele dagen gaan we hem bakken en opeten.

Voor er iemand de politie belt: Herman is een vriendschapskoek, een soort van new age (of old age?)-kettingbrief, maar dan in de vorm van zuurdesem zoals die ook gebruikt kan worden om brood te bakken. Als hij voldoende bijgekomen is, kan je hem verdelen in porties en andere mensen mee (on)gelukkig maken.

Dus nu zit er hier een Herman te bubbelen in een kommetje.

Benieuwd hoe hij gaat smaken…

Advertenties

Moord en doodslag

’t Is gebeurd, zou Erik Van Looy gezegd hebben. De haan is dood. Eigenhandig geslacht, gepluimd en ontdaan van ingewanden. Voor het eerst in mijn leven, dat laatste.

De haan had recentelijk een negatieve evaluatie gekregen na onhebbelijk gedrag ten aanzien van Echtgenote en Dochter. Aangezien hij haan-voor-het-leven was, kon ik hem moeilijk terugzetten in rang; tot kip degraderen of zo. Dus was het kop eraf. Ik kon het beestje trouwens zó opnemen; met mij had hij geen problemen en ik niet met hem…

De tweede stap, het ontpluimen, is ook niet moeilijk. Al genoeg moeten doen als kleine(re) jongen. Maar dan, de inhoud eruithalen, dat was nieuw… Hoe begin je daar aan he. Maar kom, eind goed al goed (voor mij toch, niet voor hem): alles is er uit geraakt, en haantje hangt in de kelder in afwachting van het versnijden en invriezen. Missie geslaagd!

Nu, hij heeft nog een broer lopen in de kippenwei. Die was tot nu toe tweede in rang, en bijgevolg minder dominant. De kans bestaat nu natuurlijk dat hij de vacature die zijn broer nalaat, ambieert. Ik laat het kapblok alvast staan, als subtiele hint.

Vlees vs. veggie

Gisteren, tijdens het bekijken van een reportage over het maken van plattekaas, viel mij iets in. De laatste tijd worden we nogal aangemaand om wat meer vegetarisch te gaan eten. ’t Is niet alleen goed voor onszelf (rood vlees eten zou bvb. darmkanker bevorderen), maar ook voor het milieu, want al die dieren die voor ons bord gekweekt worden, “stoten” methaan uit (de herkauwers toch). En dat is een broeikasgas. Bovendien kan er dan op de gronden die nu dienen voor het kweken van voedergewassen voor de dieren, voedselgewassen voor de méns gekweekt worden. Vegetariër worden heeft dus alleen maar voordelen.

Maar wat dan met melk, boter, kaas? Bij mijn weten zijn die zaken, met mate geconsumeerd, toch gezond en deel van het vegetarische voedingspatroon?

Eén angeltje: melkkoeien produceren maar melk als ze een kalfje hebben geworpen en om dat te bereiken, worden ze dus elk jaar kunstmatig geïnsemineerd. De helft van die kalfjes is van het vrouwelijk geslacht en die kunnen op hun beurt later voor melkkoe studeren. De andere helft van de kalfjes is, u raadt het al, eerder stierachtig. En die kan je niet melken, en uit lijfsbehoud is het ook niet aangeraden om dat te proberen.

Wat gebeurt er met die beestjes? Aha, die worden geslacht om opgegeten te worden natuurlijk.

Ergo, als we allemaal vegetariër worden en graag nog melk en kaas willen blijven consumeren, zitten we met een pak stiertjes op overschot. Eigenlijk hé, moeten de vegetariërs de carnivoren dus dankbaar zijn. Opdat zij kunnen vegetarisch eten, moeten de anderen wel vlees eten…

Choco’s

Vroeger was het leven toch simpel. Eén pot choco in de kast en daarmee uit. Hazelnootpasta was dat altijd ten onzent. Bij mijn neef hadden ze altijd de gewone choco, zonder hazelnoten, of dat denk ik toch. ’t Was een beetje zoals met chips: zout of paprika. Er waren maar twee merken die ik mij herinner, Nutella en Kwatta.

Moest je vroeger een Oostblokker onze kast hebben laten zien waarin de choco staat, naast de frigo, hij zou gedacht hebben dat hij in de supermarkt beland was. Alhoewel, die supermarkten vroeger in het Oostblok, daar stond ook niet zoveel op de schappen…

Allereerst is er de ‘mamachoco’.  Niet gemaakt van mama’s, maar van hazelnoten. Dochter is een geweldige fan van mama en zou alles eten en drinken wat mama eet en drinkt, en omdat mama het liefst hazelnootpasta eet, werd dit de mamachoco.

Toen kwam er de ‘tweekleurenchoco’ bij. Ik weet niet meer waar die vandaan komt, maar het is een blijver. Een tijdje was dit Zoon zijn grote favoriet bij het ontbijt.

Af en toe zijn er bij de bekende discounter nog wel eens andere soorten choco te vinden. Met pralinésmaak, of met stukjes nougat in, of helemaal wit. Dan kwamen die potjes ook wel eens mee naar huis, van elke smaak eentje, om eens te proeven. De pralinésmaak werd afgekeurd. Die met stukjes nougat en de witte mochten blijven. Met als gevolg dat er bij het volgende winkelbezoek een aantal potjes van werden ingeslagen, want bij die discounter moet je een hele tijd wachten eer die kans zich anders weer voordoet.

En daardoor staat er nu ook een potje witte choco in de kast, want de witte choco van de discounter was toch sneller op dan verwacht, en er moest uitgeweken worden naar witte choco uit de gewone supermarkt. De huidige favoriet van Zoon en Dochter voor de ontbijtboterham.

En toen moest er iemand hoognodig speculaaspasta uitvinden, en moesten de andere potjes wat opschuiven om plaats te maken voor de ‘koekjespasta’. ’t Is wel geen choco, maar ’t is toch een beetje een chocovervanger. In het begin werd die verslonden dat het geen naam meer had. De consumptie is ondertussen gestabiliseerd op een eerder laag niveau. En toch zal er een nieuwe pot meekomen van de winkel, als deze leeg is.

De vreemde eend in de bijt is de pot stroop. Onbekend bij ons thuis toen ik klein was, al moet dat er toen ook al geweest zijn. Gekocht omdat ik ooit eens op een blog gelezen had dat het heel lekker is op een boterham met een schel hollandse kaas. En inderdaad. Trouwens ook op pannenkoeken.

Een specifieke ‘papachoco’ is er niet. Een papa eet alles. En bij voorkeur de dingen die het eerst op moeten, of waar de vervaldatum van verstreken is.

Sharon

Net nu iedereen (allez, ik toch) zich wat bewuster begint te gedragen met betrekking tot voedselkilometers, ontdek ik de sharon toch wel zeker. Zo lekker. Maar ’t moet van Israël of zo komen, dus koop ik er eigenlijk maar héél af en toe een paar.

Aan de andere kant; bananen en ananassen komen van verder, maar zijn beter ingeburgerd, zodat je dat gevoel van exotigheid niet langer hebt.

Diepvries

De laatste week heb ik redelijk wat groenten en fruit ingevroren:

– 6 pakjes wortelen
– 5 pakjes selder (voor soep)
– 9 pakjes pompoen
– 4 potten appelmoes

Dat schillen en wassen gaat nog. Dat blancheren doe ik echter niet graag. Ik heb altijd het gevoel dat ik het niet doe zoals het hoort. “Koel de groenten af in ijswater” staat in elke kookboek bij blancheren. Tja, dat invriezen is meestal inspiratie van het moment. Ik plan dat niet op voorhand, maar doe het wanneer er tijd voor is. En als mijn vrouw mij nog niet voor geweest is natuurlijk. Al is de kans daarop klein; ik vermoed dat ze dat niet zo graag doet. Ofwel ben ik haar altijd te snel af. Ik gooi namelijk niet graag iets weg, en dat betekent dus groenten en fruit op tijd verwerken.

Ik heb dus geen voorraad ijs op dat moment, een paar miezerige ijsblokjes niet meegerekend. Ik verbruik dus een massa koud water uit de kraan; niet echt ecologisch en -nomisch.

Maar op het einde voel ik mij altijd goed als die etenswaren in de diepvries liggen op te stijven. Verbonden met de geschiedenis van de mensheid: ervoor zorgen dat de voorraadkamer gevuld wordt voor het begin van de winter…

Kaffee

We hebben ons een espressomachine aangeschaft. Een goedkoop, een instapmodel als het ware, want ge kunt u blauw betalen aan zulke dingen. Eén dat in aanbieding stond. Koffie wordt ’s morgens immers niet gezet bij ons thuis. Ik drink mijn eerste tas pas op het werk, en dat is dan nog zo’n instant-chicorei-koffiemengeling. Zachter voor mijn maag dan het echte spul, en toch word ik er ook wakker van.

Mijn vrouw wou echter wel een tasje drinken voor ze in de auto stapte. Tot voor kort gebeurde dit dus met een tas water in de microgolf, waarna er een lepel oploskoffie ingeschept werd. Oploskoffie zonder chicorei. Ik durf daar ook wel eens van drinken, in het weekend bijvoorbeeld, maar mijn hart slaat na een halve tas op hol, mijn spieren staan gespannen en klaar voor actie, maar mijn maag brult om hulp. Er zijn lekkerdere dingen dan oploskoffie. Maar ’t is functioneel.

Nu staat er dus een espressomachine te blinken. Mijn maag verstopt zich achter mijn lever als ik er voor ga staan, maar ’t valt beter mee dan de oploskoffie. En! Ik kan het zelfs drinken zonder suiker!

De broodrooster is nu wel moeten verkassen naar de kast…