Deuteronomium

Het is al een tijdje geleden, van maart zelfs al, dat ik nog eens een bijbelboek heb samengevat. Ik ben mijn zelfopgelegde taak nog niet vergeten; het boek Deuteronomium is ondertussen uitgelezen, en ik ben al aan Jozua bezig. Alleen, ik moest nog eens de goesting en de tijd vinden om mij achter de pc te zetten en het ding samen te vatten.

De naam ‘Deuteronomium” komt uit het Grieks en wil eigenlijk zeggen ‘tweede wet’. Dit slaat op het feit dat het boek een herhaling en uitwerking is van de wetten in de eerdere boeken van de Pentateuch. Dit boek is tevens het laatste van de Pentateuch, ook wel de ‘vijf boeken van Mozes’ genoemd. Deze vijf boeken vormen samen de (geschreven) Thora,  het heilige boek van de joden.

Het boek is bijna geheel geschreven als een redevoering van Mozes. Tegen het einde van het veertigste jaar zit de straf van de Israëlieten er bijna op en mogen ze het beloofde land binnentrekken, echter zonder Mozes, die zal sterven. Hij brengt hen nog eens alles in herinnering wat er de afgelopen jaren is gebeurd.

In zijn tweede rede roept hij het volk op om te leven naar de voorschriften die ze van Jahwe hebben gekregen, te beginnen met de Tien Geboden. Verder komen een aantal zaken terug uit het boek Leviticus. Reine en onreine dieren worden nog eens opgesomd, en ook de regels in verband met tienden, vrijsteden en rechtspraak.

Opvallend is wel dat bij het voeren van oorlog soldaten die pas een huis hebben gebouwd, een nieuwe wijngaard hebben geplant, of zich verloofd heeft met een vrouw, naar huis mogen gaan. Moest hij sneuvelen, dan zou een ander immers de eerste vruchten plukken van zijn arbeid of trouwen met de vrouw met wie hij zich had verloofd. Ook wie bang is, mag naar huis; anders zou hij wel eens zijn medesoldaten kunnen ontmoedigen… Ook kamphygiëne komt ter sprake. Een soldaat moet zo een schop hebben, om een putje te kunnen graven buiten het kamp om zijn behoefte in te doen…

Er zijn ook een paar rare voorschriften, zoals de regel dat een vrouw geen mannenkleren en een man geen vrouwenkleren mag dragen. (Jahwe kijkt waarschijnlijk met afschuw naar Oilsjt Carnaval vermoed ik zo…)

Als twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder een zoon na te laten, dan moet de vrouw van de overledene trouwen met haar schoonbroer. Hun eerste zoon draagt de naam van de overleden broer zodat diens naam niet verdwijnt. Weigert de schoonbroer dat huwelijk dan worden hem de sandalen van de voeten gerukt, hij wordt in het gezicht gespuwd en krijgt de naam ‘barrevoetersgespuis’.

Als het volk gehoorzaamt aan Jahwe, zullen ze gezegend worden (“Gezegend is de vrucht van uw schoot (…) Gezegend zijt gij bij uw komen, gezegend bij uw gaan.” enzovoort). Gehoorzamen ze niet en voeren ze de voorschriften niet stipt uit, dan worden ze vervloekt (Opnieuw: “(…) Vervloekt is de vrucht van uw schoot (…) Vervloekt zijt gij bij uw komen, vervloekt bij uw gaan (…)”).

Mozes stelde de wet op schrift en overhandigde ze aan de priesters. Hij droeg hun op om de wet om de zeven jaar op het Loofhuttenfeest voor te lezen voor het volk van Israël.

Hij eindigt met een lied om het hun allemaal nog eens in te prenten. Mozes was 120 jaar toen hij stierf en de fakkel doorgaf aan Jozua.

 

Advertenties

One thought on “Deuteronomium

  1. Pingback: Jozua « Alcyons nest

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s