Back in business

Vanmorgen was het weer boterhammetjes smeren, jasje aan, treintje halen. Het viel mij direct op dat het al veel klaarder was dan een week geleden, toen ik in Brussel aankwam. En de vogeltjes zijn weeral aan het fluiten voor zonsopkomst.

Ik ben grotendeels genezen, Dochter is grotendeels genezen (ze speelt weeral in plaats van te huilen en aan ons lijf te hangen), Echtgenote is grotendeels genezen. We hoesten alledrie alleen nog, in mindere of meerdere mate. Amai wat een week.

Vrijdagavond ben ik nochtans als vervangmuzikant mee dat verjaardagsfeestje gaan spelen. Met twee Dafalgans in mijn klossen. The show must go on. Maar kom, ’t ging.

En ondertussen vieren ze carnaval in Aalst. En volgend weekend in Ninove. Rottige boel, als je ’t mij vraagt. Ik heb een paar jaar in het centrum van Ninove gewoond. Tijdens de carnavaldagen kon ik met mijn auto de straat niet uit- noch inrijden. Leukleuk. Ik moest hem dus ergens een paar straten verder parkeren, het risico lopend dat een paar zattekloten hem onderkotsten. Of anderszins beschadigden. En wij, werkende mens, werden op de koop toe nog beroofd van onze nachtrust door het boenke boenke (vandaag veel cursief in mijn tekst precies) van de ‘feest’muziek. Als ’t carnaval is, viert iedereen mee. Elk jaar kwamen er ook een paar feestvierders de straat ingewaggeld om daar half in een delirium in slaap te vallen op de stoep, hun blaas te ledigen tegen de poort van de overbuur (of ze dat ook deden tegen mijn poort kon ik niet zien vanop mijn appartementje, maar ik maakte mijn geen illusies) of een uurtje op een drempel te komen zitten met het hoofd op de knieën, tot de alcoholmist wat optrok. Ergens moet je er compassie mee hebben.

In het meedogenloze grijze ochtendlicht rest er weinig van de kleurrijke sfeer van ’s avonds. Het bier is verschaald, de feesthoedjes liggen op straat. Confetti is een smeerlapperij die aan je schoenen blijft plakken. Overal vertrapte plastieken bekertjes. Bekertjes met een geel vocht – waarschijnlijk niet altijd bier – blijven staan op de vensterbanken van omwonenden. De vierders gaan door op automatische piloot en staan wankelend wat te brallen tegen de nuchtere mensen die op het perron staan en hen zoveel mogelijk proberen te negeren.

Nee, ik heb het niet zo op carnaval…

Advertenties

8 thoughts on “Back in business

  1. Ik heb het al helemaal niet op feestgedruis en in nog veel mindere mate op carnavaleske toestanden. Ik ben nochtans al twee keer in Rio geweest, maar toen was het daar geen carnaval, al leek zelfs het dagelijkse leven daar toch op de toestanden die je beschrijft. Als we maar gezond zijn!

  2. >> Chantal:
    Oei, blijkbaar is ‘alweer’ inderdaad algemeen Nederlands. Weeral is blijkbaar Belgisch volgens de online Vandale. Ik bekommer mij echter meer om de juiste schrijfwijze van de woorden, dan om de wel of niet ‘algemeen-nederlandsigheid’…

  3. Ik blijf wel een zwak hebben voor carnaval. Ok het stinkt en de confetti blijf je maanden nadien nog overal tegenkomen, maar het heeft wel iets. Als ik nu uit het raam op het werk kijk zie ik af en toe nog een feestvierder voorbijstappen.
    De overlast die het met zich meebrengt is inderdaad te missen als kiespijn, maar ik zweer het, die twee keer dat ik Carnaval Ninove heb gevierd ben ik niet voor uw deur gepasseerd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s