Kempense steenkool

Gisteren organiseerde mijn werkgever een teambuildingsactiviteit, een ‘studiereis’.

In de voormiddag stond een wandeling op het programma door de fruitstreek, in Mettekoven. ’s Namiddags werden we naar Beringen gebracht, alwaar we een rondleiding kregen in het mijnmuseum. Meestal kabbelen die teambuildingsactiviteiten zo’n beetje voort. Het is dikwijls wel interessant, daar niet van. Maar gisteren had ik ogen en oren tekort; ik kon en kan het nog steeds niet helemaal bevatten. Het heeft een overweldigende indruk op mij nagelaten…

De steenkoolmijn van Beringen sloot in 1989; de laatste Limburgse steenkool werd op 30 september 1992 in Zolder opgehaald. Eigenlijk is dat dus nog niet zó lang geleden. Velen zullen zich waarschijnlijk nog wel de stakingen herinneren, maar toch heb ik er niet zoveel herinneringen aan. Het was dan ook een redelijk-ver-van-mijn-bed-show, wat er in het verre Limburg gebeurde. De tijd dat er uit mijn streek mijnwerkers (‘fos(t)mannen’) naar de Waalse mijnen trokken, ligt nog verder achter ons.

Toen ik gisteren rondliep op de terreinen van de koolmijn in Beringen, voelde ik mij als een duiker in de Titanic. Binnenin de gebouwen, waar de steenkoolwagons uit de put kwamen en leeggekieperd werden (wat een hels kabaal moet het daar geweest zijn!), ligt nu een laag stof over de verstilde machinerieën. Alles ligt langzaam te roesten. En dan de kleedkamers en de douches. Metalen kleerkastjes voor 5.000 mijnwerkers en 500 douches in gele tegeltjes. Een ruimte met 5.000 metertjes waar ze hun lampen moesten opladen. De zaal waar het werk werd verdeeld, met metalen hekkens om de groepen uiteen te kunnen houden. Bordjes met waarschuwingen. De liften schoten in pakweg twintig seconden van ongeveer 800 meter diepte naar de oppervlakte. Op twintig minuten zat de hele ochtendploeg boven en de middagploeg beneden. Sic transit gloria mundi, vergane glorie van een gigantische verwezenlijking van de mens, waar een mens maar een nietig en vervangbaar radertje is was…

Hol klinken nu onze voetstappen door de ruimtes, waar de ziel van de duizenden mijnwerkers nog altijd aanwezig is.

En wat een leven moet dat geweest zijn! De gids, een vrijwilliger, die zelf meer dan twintig jaar mijnwerker geweest is, kon beelden oproepen zoals alleen iemand dat kan die het allemaal zelf beleefd heeft. Een hard leven, een rare mengeling van hard werken en trots. Alles rond de mijn, de huizen, de kerk, de voetbalploeg, de muziekacademie,… alles was van de mijn. Maar onder de grond moest er wel acht uur gewerkt worden met tien minuutjes pauze om de boterhammetjes op te eten, als de muizen er ondertussen nog niet mee weg waren.

Ga erheen, hoor het uit de mond van die mannen, vóór die er niet meer zijn en de mijngebouwen een fossiel worden dat nog wel interesse kan wekken, maar niet meer bij machte is om nog veel emoties op te roepen.

Advertenties

6 thoughts on “Kempense steenkool

  1. Mijn ouders zijn eens in een mijnschacht afgedaald. Ze waren eveneens onder de indruk.

    De koolmijnen doen me steeds aan het harde leven van de mijnwerkers denken. Anderzijds aan kameraadschap. En aan de kanarie in het kooitje.

  2. Ja dat is dus de andere zijde van het verhaal, ik ken uit eigen ervaring alleen de knusse kolenkachel. In Belgie is nog veel langer steenkool gedolven dan in Nederlands limburg, onze mijnwerkers zullen al wel haast uitgestorven zijn. Ik kende er een paar, die zijn er niet meer. Silicose.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s