Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Taal’ Categorie

Stop dat stopwoord

Ik erger mij aan mijn eigen stopwoorden, is dat nu niet wreed. Allez, niet dat ik nu plotseling een hekel heb aan mijn eigen gezelschap of zo. Ergeren is misschien wat straf uitgedrukt; ik merk het alleszins op als er weer zo’n stopwoord het luchtruim kiest uit mijn eigen mond. Tegenwoordig is het “‘t is dat hé” (‘t ès dáddei).

Om een voorbeeld te geven van het juiste grammaticale gebruik ervan:

- “Het is vandaag nogal slecht weer hé?”

- “Die kou is nog niets; ‘t is die sneeuw!”

- “Ja, ‘t is dat hé!”

Een soort van bevestiging dus; ‘ja, dat bedoel ik’ of zoiets. Maar pas op, draai de woorden niet om, of je krijgt een soort van ontkenning.

- “Het is vandaag nogal koud hé.”

- “Die kou is nog niets; de sneeuw, daddist!”

- “Ja, ge hebt gelijk.”

 

Dialect is toch leuk. Maar het afleren van zulke stopwoordjes, ‘t is dat hé

Read Full Post »

Op naar de top!

In 2008 viert de Universele Esperanto-Associatie haar 100ste verjaardag. Bij deze gelegenheid, en omdat het Esperanto een vredestaal is, werd de Associatie in november 2007 door twee Zwitserse parlementsleden voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Dit heeft als positief gevolg gehad dat in het kanton Neuchâtel op 21 februari 2008 een wetsvoorstel werd ingediend, ondertekend door 27 parlementsleden uit verschillende partijen, met onder andere de volgende punten: de taal zal gebruikt worden in verschillende officiële documenten en bij lokaal toerisme, onderricht zal mogelijk gemaakt en ondersteund worden,… De 4de maart volgt er een persconferentie.

Na 100 jaar is het Esperanto nog altijd levend. Voor mij lijkt het nog altijd een geldige optie te zijn als taal voor de Europese Unie, in plaats van alles te moeten vertalen in de tig talen die voorkomen in de Europese deelstaten, wat hoe langer hoe meer tijd en geld in beslag neemt. Kiezen voor het Engels, het Frans en het Duits, die in meer dan 90% van de landen wel begrepen wordt, ligt gevoelig, omdat het de ene taal bevoordeelt ten opzichte van de andere. De Europese Unie heeft dat altijd willen vermijden. Esperanto is daarentegen volstrekt neutraal. Alleen, het kan geen officiële taal van de Unie worden, omdat het geen officiële taal van een van de deelstaten is…

Maar, wie weet. In Zwitserland zijn ze goed bezig. Nu nog navolging in één van de landen die wél tot de Unie behoren…

Read Full Post »

Tois

Gisteren, ik haal de kindjes op bij de kinderopvang en kom met hen thuis.

De pa: “Voilà sie, we zijn weer tois.”

Dochter: “Nee papa, thuis!”

De pa: “… Tois. Allez, Dochter, zeg eens ‘tois’.”

Dochter: “Nee papa, thuis!”

De pa: “Tois!”

Dochter: “Thuis!”

Zoon: ”Ba ba ba ba ba!”

De pa: “Dochter, tegen papa en peter Winnik mag je ‘tois’ zeggen. Op school en tegen E. (de onthaalmoeder) moet je ‘thuis’ zeggen.”

Dochter: “Nee papa, thuis!”

De pa: *delft met een zucht voor de zoveelste keer het onderspit tegen zijn twee jaar en vijf maanden jonge dochter*
“Ok, ‘t is goed, we zijn thuis. Kom nu maar uit de auto, kleine mois.”
*gniffelt even als blijkt dat het laatste woord de taalfilter van Dochter ongemerkt passeert*

Deze avond proberen we het nog eens…

Read Full Post »

Talen(on)kennis (2)

Vervolg op Talen(on)kennis

Om mijn Frans wat te onderhouden, neem ik ‘s morgens in station Brussel-Zuid al enige tijd de Franstalige versie van de Metro mee, naast de Nederlandstalige. Misschien, als ik het lang genoeg volhoud, leer ik het even vlot lezen als Engels. Daarmee zou ik al content zijn. Spreken en schrijven zijn nog een stap te ver.

Nu heb ik ook een Franstalige blog ontdekt, die ik zal proberen te lezen, af en toe. Allez, niet dat het moeilijk is om Franstalige blogs te ontdekken, maar het moet voldoende interessant zijn om de moeilijkheid van de andere taal te compenseren.

Ik heb mij ook geabonneerd op de feeds van Raporto.info, een nieuwssite in het Esperanto. Voor mijn berichtjes heb ik daar al een tweetal keer uit gepuurd (zie IgNobel 2006 en Bush legt de grondwet naast zich neer). In het begin maakte ik nog veel oefeningetjes op lernu!, maar dat is flink geminderd. Je moet er ook tijd voor hebben he. Ik krijg nog wel elke dag een mailtje met een nieuw woord en enkele voorbeeldzinnen.

Wat Engels betreft, vrijwel de enige boeken die ik nog koop, zijn die van Terry Pratchett, en altijd in het Engels. Via eBay ben ik er verder een tijdje geleden in geslaagd om de reeks van James Herriot te vervolledigen. Toevallig had ik er daarvan vele jaren geleden een paar in handen gekregen, kleine pockets in het Engels over een plattelandsveearts in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw. Sindsdien keek ik in elke boekhandel eventjes of ze de ontbrekende exemplaren niet hadden. Noppes natuurlijk. Geprezen zij eBay, omdat ik ze zo uiteindelijk kon kopen van iemand in Groot-Brittannië.

Duits, tja. Wat ik heb opgestoken van mijn schriftelijke cursus is veel te weinig om een boek te kunnen lezen.

Een boek lezen moet voor mij ontspanning zijn. Als het te veel moeite kost, als je elke zin tweemaal moet lezen waarna er nog steeds woorden zijn die je niet begrijpt, dan blijft het algauw aan de kant liggen.

Als men nou maar op een dag, ergens in het universum, de Babel fish zou ontdekken he… Al mijn taalfrustraties in één klap opgelost.

Read Full Post »

Talen(on)kennis

Mijn kennis van het Frans is belabberd. Meer kan ik daar feitelijk niet over zeggen. Ter mijner verdediging: ik hoef het praktisch nooit te gebruiken. En de middelbareschoolkennis is bijgevolg verschwunden. Bijna volledig passief geworden.

Duits idemdito, met als klein doch niet onbelangrijk detail dat we dat maar één jaartje, één uurtje per week hebben gekregen. Mijn kennis van het Duits heb ik proberen wat bij te spijkeren door middel van een schriftelijke cursus. Die heeft  mij wel wat bijgebracht over de verbuigingen en vervoegingen, en zelfs een beetje woordenschat, maar ja, als je het verder in de praktijk niet bezigt…

Nog een geluk (?) dat Engels nogal alomtegenwoordig is. Kan ik tenminste zeggen dat ik toch nog redelijk goed ben in één andere taal dan het Nederlands, het Ninofs niet meegerekend. Ik heb er geen problemen mee een boek in het Engels te lezen. Maar de (te weinige) keren dat ik mijn kameraad van aan de universiteit, die nu in München woont met zijn Afrikaanse vrouw, nog eens ontmoet en het gesprek ter wille van haar in het Engels probeer te voeren, merk ik toch dat er op dat vlak nog veel werk aan is…

Ik heb mij enige tijd verdiept in Esperanto, op instigatie van Smiling Cobra. Op het internet vind je een aantal handige cursusjes en cursussen (zoals lernu!), waardoor je de basis eigenlijk op een mum van tijd onder de knie hebt. Maar wederom, spreken is een ander paar mouwen. En het is intussen weeral een tijdje geleden dat ik er nog eens deftig mee bezig ben geweest…

*zucht* Ik bewonder mensen die zich vlot kunnen uitdrukken in een of meerdere andere talen. Wreed moeilijk heb ik het niet om iets nieuws aan te leren, maar het is eveneens niet moeilijk voor mij om het snel weer te vergeten.

Ik doe wel enige (misschien halfslachtige) pogingen om mijn kennis wat te onderhouden. Maar dat is voor morgen.

Read Full Post »

Koei

Vorige zondag haalde mijn schoonvader iedereen naar buiten om te helpen. Een paar koeien moesten op stal gezet worden.

Nu ben ik niet meteen de dapperste als het er op aan komt een koe de weg te versperren, maar dat was nu wel de bedoeling. Een paar kalveren (stevige beestjes ondertussen) waren in hun korte leven nog niet bekend geraakt met de stal. Daarom nam mijn schoonvader de gelegenheid te baat, omdat er op zondag wat volk aanwezig is, dat kan helpen met het afsluiten van mogelijke ontsnappingsroutes en het opdrijven van de koeien. Eens ze een keer van de weide naast de gebouwen over de koer naar de stal geloodst zijn, weten ze de weg en lukt het de volgende keer beter. Dan kunnen mijn schoonouders het de volgende keer vrijwel alleen af. Ik hoopte dat ik er in de ogen van de koeien (drie stevige kalveren en een grote koe) met een bezem in mijn handen redelijk onverzettelijk zou uitzien. “None shall pass!”

Het verhaal zou nu een dramatische wending kunnen nemen. Maar neen, na wat onrustig rondlopen en zoeken, deden de dieren netjes wat van hun verwacht werd. Blijkbaar maken ze niet de eenvoudige berekening van “ik weeg een paar honderd kilo en die daar ziet eruit als een goeie 90 kilo. Ik zou dus moeten in staat zijn om hem overhoop te lopen.” Ofwel hebben ze een heilige schrik van een bezem.

Maar dit was buiten mijn schoonvader gerekend. Eén keer is niet voldoende, dus de dieren werden weer van de stal naar de weide gejaagd. Even werd hen rust gegund, en hopsa, weer naar de stal. Wat inderdaad al veel vlotter lukte. En dan mochten ze weer los op de wei.

Het deed mij zowaar zo’n beetje denken aan mijn eigen kantoorjob. Soms zijn we een ganse tijd bezig aan een project. De wetgeving verandert, andere accenten worden gelegd door een nieuwe regering, en we kunnen opnieuw beginnen. De processie van Echternach.

En ik vraag mij nu ook af: wat zou er het eerst geweest zijn? Het woordje ‘koei’ of het woordje ‘koe’? Doch dit terzijde.

Read Full Post »

De worst en het pannetje

Door gisteren dit bericht te lezen bij Smiling Cobra, dacht ik terug aan een toepasselijk mopje, mij ter ore gekomen in het dialect van Aalst en omstreken. Terwille van de lees- en verstaanbaarheid pas ik het aan naar wat algemener Vlaams…

Een klein meisje slaat haar mama gade in de keuken, terwijl die bezig is aan het avondeten. Na een poosje vraagt de kleine spruit: “Mama, waarom snijdt ge eigenlijk altijd de tjoepkes (eindjes) van de worst?”

“Tja,” zegt mama, “dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb het mijn moeder altijd zo zien doen. Weet ge wat, als we zondag bij de bomma op bezoek gaan, zal ik het haar vragen.”

Kleine meisjes vergeten zoiets niet gauw en die zondag herinnert ze er haar moeder aan. “Juist,” zegt mama, “kom, we gaan het haar meteen vragen.”

Bomma is in de keuken bezig een lekkere tas koffie te zetten voor bij de taart, als haar dochter en kleindochter bij haar komen staan. “Moeder, waarom snijdt ge altijd de tjoepkes van de worsten voor ge ze bakt?”, vraagt de mama.

“Awel, dat ik het eigenlijk niet weet. Mijn moeder deed het ook altijd zo. Zij heeft mij leren koken en ik heb dat van haar overgenomen. Maar als ge wilt, zullen we het haar na de koffie gaan vragen.”

Overgrootmoeder leeft immers nog, is al stokoud en bijna doof, en wordt verzorgd in een bejaardentehuis in de buurt. Halverwege de namiddag komt haar familie eens langs. Na wat gekeuvel, pardon, geschreeuw in het hoorapparaat, komen de worstjes ter sprake.

“Meme?” begint de kleinste. “Ik zag mama deze week de tjoepkes van de sosissen snijden voor ze in de pan gaan. Mama wist niet waarom eigenlijk, en bomma weet het ook niet. Ze zeggen dat ze u dat altijd zien doen hebben.”

“Wa zegde mijn kind?” vraagt overgrootmoeder.

“Waarom dat ge de tjoepkes eigenlijk altijd van de sosissen snijdt voordat ge ze in de pan doet!” brult de bomma.

“Aaaai mennekes, bakte gijlie nog altij in da klein penneken?!” roept overgrootmoeder uit…

Read Full Post »

Dialect-enquête

Een aantal plaatjes met kinderspeelgoed. In te vullen tot 15 oktober!

Read Full Post »

Ja en nee

De commentaren op het vorige bericht brachten mij ertoe te filosoferen over het (Zuid-Oost-Vlaams) dialect. In het Nederlands kan je iets bevestigen door ja te zeggen en iets ontkennen door nee te zeggen.

Ik heb het even geteld; in het dialect kom ik aan niet minder dan 546 theoretische mogelijkheden!

Ik verklaar mij nader. Allereerst is er natuurlijk ‘jau’ en ‘nieë’. Maar, ja en nee kan eventueel ook gevolgd worden door het persoonlijk voornaamwoord van de persoon over wie de bevestiging of ontkenning gaat. Bijvoorbeeld, iemand vraagt mij of ik al gegeten heb. Een volgende vraag kan dan zijn of zij al gegeten heeft. In het Nederlands luidt het antwoord tweemaal ja. In het dialect antwoord ik op de eerste vraag “jau’k” en op de tweede vraag “joeë’s”…

Even schematisch voorstellen:

ik jau’k nieë’k
jij/gij jau’g nieë’g
hij joeë’n naai’n
zij joeë’s naa’sj
het joeë’t nieë’t of nai’ntj
wij jau’m(en) nieë’m(en)
jullie jau’g nieë’g
zij joeë’s naa’sj

Je zou kunnen zeggen dat ja en nee verbogen worden in het dialect. Om het nog leuker te maken, is er ook zoiets als de ‘si’ in het Frans. Als iemand tegen mij zegt: “Het is buiten toch niet aan het regenen he?”, terwijl dat wel zo is, dan antwoord ik: “Toet!” (eigenlijk ” ‘t Doet”). Dit kan ook bij de ontkenning. Opnieuw even schematisch voorstellen:

ik ‘k toen ‘k en doen
jij/gij ge doetj ge ‘n doetj
hij a doet aa ‘n doet
zij ze doet ze ‘n doet
het toet (‘t doet) (‘t) ‘n doet
wij we doen we ‘n doen
jullie ge doetj ge ‘n doetj
zij ze doen ze ‘n doen

Leukleuk… Lang geleden heb ik eens samen met een vriend daarover bezig gezeten. We ‘roflolden’, we lagen plat van het lachen, toen we tot de ontdekking kwamen dat het daarmee nóg niet uit is. Je kan deze antwoorden namelijk nog versterken ook… Hoe meer lettergrepen, hoe sterker de bevestiging of ontkenning. Als we bijvoorbeeld ‘toet’ willen versterken, kunnen we zeggen:

1 lettergreep toet
2 lettergrepen batoet motoet tetoet toetgij
3 lettergrepen abatoet mobatoet moëtetoet batoetgij
motoetgij
4 lettergrepen abatoetgij amobatoet mobatoetgij moëtetoetgij
amotoetgij amoëtetoet
5 lettergrepen amobatoetgij amoëtetoetgij

Dezelfde pre- en suffixen komen altijd terug, en er zit ook enige logica in. ‘Ba’ volgt altijd op ‘mo’ en niet omgekeerd. Ik heb dus 17 mogelijke manieren om toet te versterken. Dat gaat eveneens voor de andere, bijvoorbeeld ‘amo’k en doengij!’…

Dus 17 versterkingen x 16 verbogen vormen van toet en ‘n doet = 272.

Die versterkingen kunnen ook bij de verbuiging van ‘jau’ en ‘nieë’, dus daar ook 17 x 16 = 272.

Plus ‘jau’ en ‘nieë’ zelf is … 546. Of alle vormen in de praktijk ook kunnen, heb ik niet meer uitgetest…

(Alle schrijfwijzen en voorstellingen zijn niet officieel, maar door mij hier nu zo gebruikt om de klanken zo goed mogelijk weer te geven…)

Read Full Post »

Goed gekozen

Daarstraks reden we achter een vrachtwagen van een takeldienst. Op de zijkant stond de naam van het bedrijf: auto-snel-weg.

Dat is de kunst; een naam kiezen voor je bedrijf die zo goed gevonden is dat iedereen hem onthoudt en die bovendien een lach op je lippen brengt…

Read Full Post »

De reiger en het net

Setting: onze tuin met siervijvertje

Acteurs: Alcyon, bezoekend familielid.

 

(de acteurs komen op.)

Familielid: Zeg, mo daddis een scheun vijverken zie!

Alcyon: Jaja!

Familielid: …mo worom ligt er da net over?

Alcyon: Awel, daddis tegen de reiger.

Familielid: Oe? De reiger diene valt do toch geweun deur?

Alcyon: …? Oe? Tusken die ollekes, do kan toch giene reiger deur?

Familielid: …? As ‘t reigert, worom zou dat dor niet deur kunnen?

Alcyon: Aaah, neeje, ik heb het op de vogel! De reiger, die de viskes komt pakken!

Familielid: Aah, tegen de raaiger! Naa emmek aa!

 

Of hoe het mengen van dialect en Algemeen Vlaams voor begripsverwarring zorgt… ‘Reiger’ is namelijk regen, terwijl de vogel in het dialect een ’raaiger’ heet. Als je echter, zoals ik, een lange ij gewoon uitspreekt als lange ij, en niet met een ‘aai’-klank, dan kan je daar later in je dagboek een tekstje over schrijven!

Read Full Post »

Zjat

Ik vind het spijtig dat ik het dialect van mijn streek niet beter beheers. Bij oudere mensen kan je zelfs het verschil horen tussen de dialecten van twee vlak naast elkaar gelegen gemeenten. Een paar straten verder kan een bepaald woord al anders uitgesproken worden.
Helaas spreek ik een mengelmoesje van de dialecten uit de buurt. Bepaalde klanken krijg ik niet over de lippen. Bij mij is een pijl doodgewoon ‘ne pijl’. Mijn vader spreekt over ‘ne paail’. En zelfs mijn vader beweert dat hij alle dialectwoorden al niet meer kent die zijn ouders kenden. Wel nog passief, maar niet meer actief. Als hij ze al niet actief meer gebruikt, dan ken ik ze zeker passief nog niet. En zo gaat het dialect verder verloren…

Op de speelkoer van de lagere school, waar de meeste kinderen nog van de eigen gemeente afkomstig waren, spraken we tegen elkaar dialect. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Later, in de middelbare school die zich in de stad bevond, kwamen jongeren bijeen van meerdere deel- en fusiegemeenten. Er waren er dan ook al bij die geen dialect meer praatten. En nog later kom je dan als student terecht in een studentenstad waar je als Oost-Vlaming in de minderheid bent, en je dialect door geen kat begrepen wordt. De aanwezige West-Vlamingen vormden een kliekje, de Antwerpenaars vonden het niet nodig om iets anders dan Antwerps te spreken en de Limburgers idem.
Ben ik even blij dat ik een vrouw gevonden heb uit mijn eigen streek! Nu kan ik tenminste thuis praten zoals mij dat het makkelijkst ligt. Ik had mij ook voorgenomen om tegen mijn kindjes ook dialect te praten, maar dat blijkt veel moeilijker te zijn dan ik had gedacht. Iedereen schakelt automatisch over op het Algemeen Vlaams als ze tegen onze peuter babbelen. Ik ook. Het is niet zo evident om simultaan te vertalen, als je met Dochter op schoot in een prentenboekje zit te kijken waar in koeien van letters ‘beer’ of ‘tas’ staat. Om de een of andere reden past ‘beir’ of ‘zjat’ niet bij de prentjes. En ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat er te weinig kwieten zoals ik rondlopen, om peuterboekjes in het Winniks rendabel te maken…

Slechts hier en daar slaag ik er in haar een dialectwoordje te leren, maar dat is dan eerder voor de lol dan dat het structureel gebeurt. Meestal worden papa’s pogingen uiteindelijk toch overruled door de andere familieleden…

Read Full Post »

Opmarrrs

Er is een verovering van Vlaanderen bezig, op kousenvoeten. Limburg is al jaren gezwicht. Gent ook. En nu verspreidt de vlek zich meer en meer. West-Vlaanderen en een groot deel van Oost-Vlaanderen (zonder Gent) en Antwerpen bieden nog weerstand.

Ik heb het over de huig-r, de ‘Franse r’. De oudste Nederlandse r is daarentegen de tongpunt-r. Ondertussen spreekt nog 66% van de Vlamingen met de klassieke r, die tot een aantal jaren geleden de norm was op radio en televisie. De huig-r werd aanzien als een spraakgebrek. Stilaan wint de laatste echter aan prestige; ze is trendy en is acceptabel geworden.

Er was een tijd waarin ik de huig-r niet kon uitstaan. Het leek toen vooral verbonden met vrouwen met een air. Tegenwoordig merk ik het minder en minder op, tenzij het echt opvallend is zoals bij bijvoorbeeld Birgit Van Mol.

In Nederland is een gelijkaardige evolutie bezig met de ‘Gooise r’, die een beetje klinkt zoals een Amerikaanse r (a car wordt a ca’). Kinderen pikken die op van de cd van Kinderen voor Kinderen.
Tegelijk blijkt dat het nog veel ingewikkelder in elkaar zit, al die erren. Er zijn niet minder dan 12 verschillende uitspraken van de r in het Nederlands.

Zelf hou ik het bij mijn tongpunt-r. Als Oost-Vlaanderen roemloos ten onder gaat, dan richt ik al mijn hoop op het West-Vlaamse bastion…

Vrij snel nadat ik iets hoor wat mij interesseert, komt Wikipedia om het hoekje kijken. Het verhaal van de huig-r en Gooise r hoorde ik gisteren op de radio, en hopsa, tien minuten later zat ik al tussen artikels over h- en t-deletie. Dat wij in Oost- en West-Vlaanderen geen h in ons alfabet opnemen, wist ik al langer. Op kot in Leuven vond men dat trouwens uiterst vermakelijk. Dat ik de h deletete, daar had ik geen idee van, maar ik wil het best aannemen.
Blijkbaar moet ook t-deletie (en zelfs k-deletie) ruimer voorkomen in bepaalde dialecten. Persoonlijk kende ik zo één iemand, die het woordje metal uitsprak als me’al. En ook Steve Stevaer, die ondertussen ui de politiek gestap is, lie de t-klank op het einde van een woor weg.

Wie wee’ spre’en we in de ‘oe’oms’ wel zonde’ die las’ige mede’lin’ers. Geen p’oblemen mee’ me’ ik wor’, jij wor’’…

Read Full Post »

Buif

Het is zeer belonend om de informatiespons die mijn dochtertje is, te voeden. Haar woordenschat groeit zienderog… eh, hoorderoren. De uitspraak hobbelt wat achterop, maar ook daar komt verbetering in.

Zo kon ik haar redelijk vlot wijsmaken dat de duif die op het dak van de buren zat te koeren, een duif is. Elke keer als ze nu een duif hoort koeren, gaat het vingertje de lucht in en zegt ze: “Buif!”. Van waar die b komt, weet ik niet, maar een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Over de b struikelen we nu alleszins nog niet. Er zal wel ooit een duif groeien uit die buif. En het doel is bereikt, namelijk éénduidig overbrengen dat ze een lid van de Columbidae heeft gesignaleerd.

Verder kent ze naast het gewone fruit ook al de “aabei” en de “amboos”. De ‘rd’ en de ‘fr’ worden net als het pas geplukte vruchtje haastig verorberd. Ook druiven gaan er wel in.

Alleen… in haar woordenschat is een druif een “duif”. Tiens, daar is die d dus!
Tja, als de r er nog niet vlot wil uitrollen, moet je er toch wat op vinden om geen verwarring te zaaien he. Stel je voor dat je een sappige druif wil eten en die rare grote mensen komen afgelopen met een stuk pluimvee…

Read Full Post »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.