Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Bijbel’ Categorie

God of Darwin?

Neee! De Amerikaanse ziekte komt overgewaaid naar België! Hoe meer religie aan de basis ligt van zulke onzin, hoe meer we teruggaan naar de tijden voor de Renaissance en onvrijheid van denken, hoe meer er uit naam van de religie (christendom zo goed als jodendom of islam) onverdraagzaamheid wordt gepredikt of invloed op anderen (met onvrijheid van handelen als gevolg) wordt uitgeoefend, hoe meer ik geneigd ben om mij te distantiëren van het geloof.

Tot nader order noem ik mezelf nog steeds katholiek. Onze westerse cultuur is dan ook schatplichtig aan het christendom. Voor een groot deel ben ik misschien net daarom katholiek; als een soort band met het verleden. Daarom wou ik de Bijbel wel eens gelezen hebben. Tijdgebrek (en toegegeven, andere boeken zijn ontspannender lectuur) is wat er voor zorgt dat ik nog niet verder geraakt ben dan het boek Ruth.

Maar die moslim die een filmpje op internet geplaatst heeft als reactie op Fitna van Geert Wilders, heeft wel gelijk met zijn boodschap, hoe ongenuanceerd ook: niet alleen in het heilig boek van de islam zijn gewelddadige passages terug te vinden, ook in de bijbel is dat het geval. Toch in het Oude Testament. En met zo een God wil ik eigenlijk niets te maken hebben.

Ofwel moet ik mijn samenvatting van de Bijbel dus beperken tot de boodschap van Jezus, het Nieuwe Testament dus, ofwel ‘bekeer’ ik mij tot het agnosticisme of zo (zoals Darwin blijkbaar, volgens Wikipedia). Ik ben echter een te grote twijfelaar om een atheïst te zijn. Al is het agnosticisme maar een stapje verwijderd van het atheïsme volgens deze cartoon. Ik moet er nog eens over nadenken.

Lees het hele bericht »

Rechters

Na Jozua volgt Rechters. Nog 67 boeken te gaan!

Het boek Rechters gaat over de Israëlieten in de 12de tot 10de eeuw voor Christus. Elke stam was min of meer onafhankelijk, zonder dat ze over een geregeld leger beschikten. De band tussen de stammen was religieus. Ingeval van verdrukking door buurvolkeren, werd de leiding van de verdediging toevertrouwd aan gelegenheidsleiders. Dat zijn de ‘rechters’. Wellicht het bekendste verhaal is dat van Samson (of Simson) en Delilah…

Na de dood van Jozua nemen de Israëlieten verder het land van de Kanaänieten en andere volkeren in. Zo veroveren ze onder andere Hebron en Jeruzalem. Niet elk volk kon worden verdreven. Zo kon onder andere Gaza niet ingenomen worden en konden de Jebusieten niet uit Jeruzalem verdreven worden. De volkeren die bleven, werden tot herendienst verplicht.

Jahwe had met het verbond dat hij met Mozes had gesloten, de Israëlieten echter opgelegd om geen verbonden te sluiten met de overwonnen volkeren en hun altaren omver te gooien. De Israëlieten woonden op den duur echter tussen de andere volkeren en huwden onderling. Toen ontstak de toorn van Jahwe en hij leverde de Israëlieten over aan plunderaars. Als de nood het hoogst was, liet Jahwe echter rechters optreden, die hij bijstond, om de Israëlieten weer op het juiste pad te krijgen. Maar nauwelijks was de rechter gestorven, of ze vervielen weer tot zonden. Jahwe liet daarom de Kanaänieten, de Filistijnen,… blijven om de Israëlieten op de proef te stellen.

De eerste van de rechters was Otniël, die ten oorlog trok tegen Kusan-Risataïm, de koning van Edom. Veertig jaar lang werd het land met rust gelaten. Toen stierf Otniël en de Israëlieten deden weer wat Jahwe mishaagde. Jahwe gaf vervolgens aan de koning van Moab, die de Ammonieten en Amalekieten op zijn hand kreeg, macht over Israël. Ehud, de volgende rechter, doodde de koning met een list en trok vervolgens ten strijde. Tachtig jaar lang werd het land met rust gelaten. Daarna kwam Samgar, die zeshonderd Filistijnen doodde met een osseprikkel. De profetes Debora en Barak versloegen Jabin, de koning van Kanaän.

Gideon was de volgende die door Jahwe werd geroepen. Israël was aan de Midjanieten overgeleverd. Hij vernielde het altaar van Baäl en trok op met 32.000 mannen. Jahwe vond echter dat het leger te groot was; Israël zou wel eens kunnen denken dat ze de overwinning aan hun eigen kracht te danken hadden, in plaats van aan Jahwe. Daarom liet hij Gideon de mannen die bang waren, wegzenden. Tweeëntwintigduizend man vertrok en nog tienduizend bleven over. Jahwe vond hen nog te talrijk. Gideon ging met hen naar het water, en Jahwe liet degenen die zich op de knieën lieten zakken om te drinken, naar huis gaan. Enkel degenen die het water met de hand opslurpten, bleven. Dat waren er nog 300. Deze gingen ‘s nachts rond het kamp van de Midjanieten staan, elk met een bazuin en een lege kruik met een toorts erin in de hand. In het midden van de nacht, bij het aflossen van de wacht, blies Gideon op de bazuin en sloeg zijn kruik stuk, waarna al zijn mannen hetzelfde deden. Ze bleven op hun plaatsen staan, terwijl in het kamp paniek uitbrak en de Midjanieten vluchtten. Gideon zond boden naar de Efraïmieten in de bergen, die de vluchtende Midjanieten moesten tegenhouden. Zo werden de Midjanieten verslagen. Zodra Gideon gestorven was, liepen de Israëlieten weer achter de Baäls aan en vergaten Jahwe.

Abimelek, een van de zeventig zonen van Gideon, vermoordde zijn broers, behalve de jongste die zich verborgen had gehouden, en liet zich tot koning kronen. Hij werd gedood toen een vrouw een molensteen op zijn hoofd gooide bij de belegering van een stad.

De volgende rechters waren Tola en Jaïr. Daarna kwam Jefta die het opnam tegen de Ammonieten. Jefta legde de gelofte af, dat als hij de Ammonieten kon overwinnen en behouden terugkeren, hij de eerste die uit de deur van zijn huis naar hem toekomt als brandoffer aan Jahwe zou opdragen. Helaas was dat zijn dochter en enig kind. Zij vroeg als gunst dat ze twee maanden in de bergen mocht rouwen met haar vriendinnen omdat ze als maagd moest sterven.

Na hem werd Ibsan uit Betlehem rechter. Elon en Abdon volgden.

Toen de Israëlieten opnieuw deden wat Jahwe mishaagde, leverde Hij hen 40 jaar lang over aan de Filistijnen. De engel van Jahwe verscheen toen aan de vrouw van Manoach, die onvruchtbaar was. De engel zei haar dat ze geen alcohol mocht drinken en niets eten dat onrein was. Verder mocht geen scheermes het hoofd van haar zoon aanraken. De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson.

Simson zag een Filistijns meisje dat hem beviel en wou met haar trouwen. Jahwe had er de hand in; Hij zocht een gelegenheid om iets tegen de Filistijnen te doen. Na de kennismaking kreeg Simson dertig metgezellen toegewezen om hem te vergezellen. Simson gaf hen een raadsel op; als ze het antwoord niet kenden, waren ze hem 30 stel onder- en bovenkleren verschuldigd. Ze vonden het raadsel niet en bedreigden zijn vrouw om het antwoord te weten te komen. Uiteindelijk vertelde Simson het aan zijn vrouw, die het doorgaf aan haar landgenoten. Simson begreep dat hij verraden was, sloeg in Askelon 30 mannen dood en gaf hun kleren aan degenen die hem de oplossing van het raadsel gegeven hadden. Woedend ging hij terug naar het huis van zijn vader. Zijn vrouw werd gegeven aan een van de metgezellen.

Enige tijd daarna ging Simson zijn vrouw bezoeken, maar haar vader liet hem niet binnen. Daarop ving Simson 300 vossen, bond hen twee aan twee aan elkaar en stak toortsen in de staarten. Hij liet ze los in de korenvelden en wijngaarden van de Filistijnen, die zo in brand kwamen te staan. De Filistijnen verbrandden als wraak de vrouw en haar vader. Simson op zijn beurt richtte ook een slachting aan, waarna hij heenging en een onderkomen vond in een rotskloof.

De Judeeërs, bang van de Filistijnen, kwamen Simson halen om hem uit te leveren. Hij gaf zich over op voorwaarde dat ze hem niet doodden. Bij de overdracht aan de Filistijnen, greep de geest van Jahwe hem aan en hij verbrak zijn boeien. Toevallig lag daar een kinnebak van een ezel. Hij greep het en sloeg er duizend man mee dood.

Een tijd later werd hij verliefd op Delila. De vorsten van de Filistijnen gingen naar haar toe en beloofden haar veel zilver als ze het geheim van zijn kracht te weten kon komen. Hij vertelde haar dat hij machteloos was als men hem bond met zeven verse pezen. De vorsten van de Filistijnen bezorgden haar zeven verse pezen en zij bond hem daarmee, terwijl enkele mannen zich verborgen hielden in het huis.  Maar Simson rukte de touwen stuk. Zo hield hij haar nog twee keer voor de gek. Zij bleef echter aandringen tot hij het niet meer kon harden en haar eerlijk vertelde dat zijn kracht in zijn haar lag, dat nog nooit was afgeschoren. Toen hij op haar schoot in slaap gevallen was, schoren de Filistijnen zijn zeven vlechten af. Hij werd wakker, maar was machteloos. Ze grepen hem en staken hem de ogen uit. In de gevangenis in Gaza moest hij de molen draaien. Tijdens zijn gevangenschap groeide zijn haar weer aan. Toen de Filistijnen eens feest vierden, lieten ze hem halen om voor hen op te treden. Toen ze hem tussen de zuilen van de tempel zetten, waarin alle vorsten en nog drieduizend Filistijnen bijeengekomen waren, zei hij: “Laat mij los; ik houd mij wel vast aan de zuilen waarop de tempel rust.” Toen riep hij Jahwe aan, om hem nog één keer zijn kracht terug te geven zodat hij zijn ogen kon wreken. Hij duwde uit alle macht tegen de zuilen en de tempel stortte in, bovenop zichzelf, de vorsten van de Filistijnen en al het volk dat daar bijeen was.

Het boek eindigt met het verhaal van een schanddaad op het gebied van de Benjaminieten, die daarom door de andere stammen van Israël bijna volledig uitgeroeid worden. Toen kregen ze medelijden. Opdat er geen stam van Israël zou verdwijnen kregen de overlevenden vrouwen en mochten ze hun steden opnieuw opbouwen.

 

Lees het hele bericht »

Jozua

Het boek Jozua is het eerste boek van de ‘historische boeken’ Jozua, Rechters, Samuël en Koningen, ook wel de ‘oudere’ of ‘vroegere profeten’. Jozua sluit onmiddellijk aan op Deuteronomium. De historische werkelijkheid van de vestiging van de stammen van Israël in Kanaän wordt in Jozua herleid tot één lange veldtocht.

Na de dood van Mozes krijgt Jozua van Jahwe de opdracht om Kanaän binnen te trekken. De Rubenieten, Gadieten en de halve stam Manasse, die al een stuk grond gekregen hebben aan de overkant van de Jordaan, moeten evenwel nog manschappen leveren om mee op te trekken, tot de rest van de stammen ook het hun beloofde land hadden veroverd.

De overtocht van de Jordaan bij Jericho gebeurde ongeveer zoals de doortocht door de Rietzee. Zodra de priesters met de ark van het verbond een voet in het water van de Jordaan zetten, bleef het water stroomopwaarts staan als een muur, totdat de veertigduizend gewapende Israëlieten overgestoken waren.

De stad Jericho had intussen zijn poorten gesloten. Jahwe sprak echter tot Jozua, en Hij leverde de stad aan hem over, als ze zes dagen achtereen met alle mannen een keer om de stad trokken. De zevende dag moesten ze zeven keer om de stad trekken terwijl de priesters op hun hoorns bliezen. Na de zevende keer moest heel het volk beginnen schreeuwen. Ze deden het zoals het hun was opgedragen. Toen ze begonnen te schreeuwen, stortten de stadsmuren in. Iedereen werd over de kling gejaagd en de stad werd in brand gestoken. Het goud en zilver was voor de schat van Jahwe en de Israëlieten mochten niets houden van de buit.

Toch was er iemand die zich niet hield aan het verbod. Toen ze de volgende keer optrokken tegen hun vijanden, trokken ze slechts met een beperkt aantal manschappen ten strijde, omdat ze ervan overtuigd waren dat het land Ai gemakkelijk te veroveren was. De Israëlieten sloegen echter op de vlucht en werden verslagen. Dat was de straf van Jahwe omdat ze zijn verbod geschonden hadden. De schuldige werd met zijn gezin en heel zijn hebben en houden gestenigd. Daarna verliep de verovering van Ai voorspoedig…

Toen de berichten over de veroveringen aan de oren van de overige koningen in de streek kwamen, sloten zij zich aaneen om gezamenlijk oorlog te voeren. De inwoners van Gibeon, Chiwwieten, namen echter hun toevlucht tot een list. Afgezanten trokken naar de Israëlieten, met versleten kleren en sandalen en met uitgedroogde proviand. Zo konden ze de Israëlieten wijsmaken dat ze uit een ver land kwamen en een verbond wilden sluiten. Jozua sloot een verdrag met hen. Kort nadien merkten de Israëlieten dat de Chiwwieten echter vlakbij woonden, maar omwille van het verdrag spaarden ze toch hun leven. Jozua vervloekte hen echter om het bedrog; ze zouden nooit meer zijn dan slaven, waterdragers en houthakkers voor het volk van Jahwe.

Bijna heel het land werd zo veroverd. Toen Jozua hoogbejaard was, was echter nog steeds een deel van het land niet veroverd, zoals het land van de Filistijnen (met onder andere Gaza…), het land van de Giblieten en de Libanon. Jahwe zei tegen Jozua dat Hij de bewoners zou verdrijven en het land aan de Israëlieten geven. Daarop werd al het land verdeeld onder de stammen van Israël. Er werden ook vrijsteden aangeduid, waar iemand veilig kon zijn voor een bloedwreker, en levietensteden.

Toen Jozua zijn einde voelde naderen, hield hij nog een afscheidsrede. Hij waarschuwde de Israëlieten altijd het verbond met Jahwe te eerbiedigen; ze mochten ook geen omgang hebben met de overgebleven volkeren. Daarna stierven Jozua en Eleazar, de zoon van Aäron.

Lees het hele bericht »

Deuteronomium

Het is al een tijdje geleden, van maart zelfs al, dat ik nog eens een bijbelboek heb samengevat. Ik ben mijn zelfopgelegde taak nog niet vergeten; het boek Deuteronomium is ondertussen uitgelezen, en ik ben al aan Jozua bezig. Alleen, ik moest nog eens de goesting en de tijd vinden om mij achter de pc te zetten en het ding samen te vatten.

De naam ‘Deuteronomium” komt uit het Grieks en wil eigenlijk zeggen ‘tweede wet’. Dit slaat op het feit dat het boek een herhaling en uitwerking is van de wetten in de eerdere boeken van de Pentateuch. Dit boek is tevens het laatste van de Pentateuch, ook wel de ’vijf boeken van Mozes’ genoemd. Deze vijf boeken vormen samen de (geschreven) Thora,  het heilige boek van de joden.

Het boek is bijna geheel geschreven als een redevoering van Mozes. Tegen het einde van het veertigste jaar zit de straf van de Israëlieten er bijna op en mogen ze het beloofde land binnentrekken, echter zonder Mozes, die zal sterven. Hij brengt hen nog eens alles in herinnering wat er de afgelopen jaren is gebeurd.

In zijn tweede rede roept hij het volk op om te leven naar de voorschriften die ze van Jahwe hebben gekregen, te beginnen met de Tien Geboden. Verder komen een aantal zaken terug uit het boek Leviticus. Reine en onreine dieren worden nog eens opgesomd, en ook de regels in verband met tienden, vrijsteden en rechtspraak.

Opvallend is wel dat bij het voeren van oorlog soldaten die pas een huis hebben gebouwd, een nieuwe wijngaard hebben geplant, of zich verloofd heeft met een vrouw, naar huis mogen gaan. Moest hij sneuvelen, dan zou een ander immers de eerste vruchten plukken van zijn arbeid of trouwen met de vrouw met wie hij zich had verloofd. Ook wie bang is, mag naar huis; anders zou hij wel eens zijn medesoldaten kunnen ontmoedigen… Ook kamphygiëne komt ter sprake. Een soldaat moet zo een schop hebben, om een putje te kunnen graven buiten het kamp om zijn behoefte in te doen…

Er zijn ook een paar rare voorschriften, zoals de regel dat een vrouw geen mannenkleren en een man geen vrouwenkleren mag dragen. (Jahwe kijkt waarschijnlijk met afschuw naar Oilsjt Carnaval vermoed ik zo…)

Als twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder een zoon na te laten, dan moet de vrouw van de overledene trouwen met haar schoonbroer. Hun eerste zoon draagt de naam van de overleden broer zodat diens naam niet verdwijnt. Weigert de schoonbroer dat huwelijk dan worden hem de sandalen van de voeten gerukt, hij wordt in het gezicht gespuwd en krijgt de naam ‘barrevoetersgespuis’.

Als het volk gehoorzaamt aan Jahwe, zullen ze gezegend worden (“Gezegend is de vrucht van uw schoot (…) Gezegend zijt gij bij uw komen, gezegend bij uw gaan.” enzovoort). Gehoorzamen ze niet en voeren ze de voorschriften niet stipt uit, dan worden ze vervloekt (Opnieuw: “(…) Vervloekt is de vrucht van uw schoot (…) Vervloekt zijt gij bij uw komen, vervloekt bij uw gaan (…)”).

Mozes stelde de wet op schrift en overhandigde ze aan de priesters. Hij droeg hun op om de wet om de zeven jaar op het Loofhuttenfeest voor te lezen voor het volk van Israël.

Hij eindigt met een lied om het hun allemaal nog eens in te prenten. Mozes was 120 jaar toen hij stierf en de fakkel doorgaf aan Jozua.

 

Lees het hele bericht »

Pinksteren

Pinksteren is het feest waarop wordt herdacht dat de Heilige Geest gegeven werd aan de volgelingen van Jezus.
Van oudsher is Pinksteren een joods oogstfeest, het ‘Wekenfeest’. Het valt precies 50 dagen na het Paasfeest.
Op het eerste joodse Pinksterfeest na de kruisiging en opstanding van Jezus zaten de volgelingen van Jezus bij elkaar in een huis. Ze waren niet bepaald vrolijk, want Jezus had hen 10 dagen daarvoor verlaten (Hemelvaart). Bij zijn vertrek had Jezus hen de opdracht gegeven om bij elkaar te blijven en te bidden om de komst van de Heilige Geest.
Op die ochtend gebeurde er iets vreemds: er klonk het geluid van een stormwind en er was een verschijnsel van vuur, dat op ieders hoofd brandde – de ‘vurige tongen’. De volgelingen van Jezus konden opeens vreemde talen spreken, die ze nooit geleerd hadden. De mensen uit de buurt hoorden en zagen deze verschijnselen ook en kwamen kijken wat er aan de hand was. Ze dachten eigenlijk dat de discipelen dronken waren, omdat ze zo opgewonden waren en in vreemde talen spraken. Eén van de discipelen van Jezus, Petrus, ging naar die mensen toe en vertelden hen wat er gebeurd was. De omstanders waren zo onder de indruk, dat op die dag 3000 mensen gingen geloven in Jezus. Dit was het begin van de christelijke kerk.

Lees het hele bericht »

Numeri

Na Leviticus ben ik aanbeland bij Numeri. De Joden zitten nog steeds in de Sinaïwoestijn na hun uittocht uit Egypte. De stammen worden geteld; ze waren met 603.550, de Levieten niet meegeteld. De stam van Levi werd namelijk in dienst gesteld van Aäron, de priester en broer van Mozes.

Verder staan er opnieuw een aantal voorschriften in het boek, zoals de reinheidswet en het nazireaat. Wanneer een man of vrouw iets bijzonders wil verrichten en aan Jahwe de belofte van nazireaat doet, mag hij of zij gedurende die tijd niets eten of drinken wat van de wijnstok komt en mag hij zijn haar niet laten knippen.

Een aantal keren komen de Israëlieten in opstand tegen Mozes en Jahwe. Elke keer breekt er dan als straf een plaag uit waarbij duizenden omkomen. Zo wordt er eens een groep verkenners uitgestuurd om het land Kanaän te verkennen. Na veertig dagen komen ze terug, maar ze brengen slecht nieuws… Volgens hen is het land bevolkt door reuzen, waar ze nooit tegenop zullen kunnen. Op het ogenblik dat het muitende volk Mozes, Aäron en twee van de verkenners die vertrouwen bleven hebben in Jahwe, wilden stenigen, komt Jahwe tussenbeide. Jahwe verliest zijn geduld met het trouweloze volk, maar op voorspraak van Mozes worden ze toch niet vernietigd. Jahwe vervloekt hen echter wel op de volgende manier: voor elke dag van de verkenning zullen ze één jaar in de woestijn rondzwerven, veertig jaar in totaal dus, en van alle mannen boven de twintig zal er niet één het beloofde land binnengaan, behalve de twee verkenners en hun volk dat trouw gebleven was. Het zullen de kleine kinderen van het volk zijn, die het beloofde land zullen in bezit nemen.

In dit boek komt ook het verhaal voor van Mozes en de rots. Toen het volk eens geen water meer had, begonnen ze voor de zoveelste keer te morren en Mozes te verwijten. Jahwe zegt tegen Mozes dat hij met zijn staf op de rotsen moet slaan, waarna er water uit stroomt. Omdat Mozes echter de heiligheid van Jahwe niet hooggehouden had, zal Mozes de gemeenschap niet binnenleiden in het beloofde land… Aäron sterft wat later. Verderop in het boek komt dit terug, en wordt Jozua aangesteld als opvolger van Mozes.

Er worden ook nog een paar veldslagen uit de doeken gedaan, waarbij de Israëlieten hun tegenstanders verslaan en hun afgodenbeelden vernietigen.

Twee hoofdstukken worden gewijd aan de offers en de feestdagen (onder andere paasfeest, loofhuttenfeest en dag van de verzoening).

In drie andere hoofdstukken worden Kanaän en het Overjordaanse verdeeld onder de stammen. Er wordt ook bepaald dat tussen de stammen onderling niet mag worden gehuwd, zodat het gebied van een stam niet in bezit komt van een andere stam. Er worden ook zes Levietensteden opgericht, waarbinnen iemand die onvrijwillige doodslag heeft gepleegd, asiel kan krijgen. Dit geldt ook voor vreemdelingen. Bij moord moet de moordenaar ter dood veroordeeld worden en dit moet gebeuren door de bloedwreker. Bij doodslag zonder opzet of door een ongeluk echter, kan de gemeenschap de doder naar een levietenstad brengen. De asielzoeker moet binnen de stad blijven tot de hogepriester overlijdt; daarna kan hij terugkeren naar zijn bezit. Verlaat hij de stad voor die tijd, dan treft de bloedwreker geen schuld als hij de doder toch neerslaat. De veroorzaker van de onvrijwillige doodslag kan ten slotte niet losgekocht worden.

Lees het hele bericht »

Bijbelhuiswerk?

Mijn bijbelsamenvattinkjes zijn ongemeen populair de laatste dagen. Zou iemand een huistaak over de Bijbel moeten maken?

Lees het hele bericht »

Leviticus

Het boek Leviticus, het vervolg op het boek Exodus, bestaat uit twee delen. De eerste zestien hoofdstukken handelen voornamelijk over de heiligheid van onder andere offers, priesterschap en over de bevoegdheden van priesters en levieten. In de rest wordt gesproken over de heiligheid van Jahwe zelf.

Het eerste deel is een vrij gedetailleerde beschrijving van hoe offers (brand-, meel-, zonde-, schuld- en slachtoffers) moeten gebeuren. Alles wordt gedicteerd door Jahwe vanuit de tent die voor hem is opgetrokken. Aäron en zijn zonen worden aangesteld als priesters. Twee van zijn zonen brachten vuur naar de tent van Jahwe dat niet beantwoordde aan de voorschriften en Jahwe verbrandde hen.

Er wordt verder opgesomd welke de reine en onreine dieren zijn. Rein zijn de herkauwende landdieren die gespleten hoeven hebben, waardoor onder andere het varken afvalt. Van de zeedieren mogen alleen die met vinnen en schubben gegeten worden. Bij de insecten alleen de sprinkhanen. Bloed mag al helemaal niet gegeten worden.

Er zijn ook een massa voorschriften voor de omgang met huidziekten, voor geslachtsverkeer, voor de feesten,… Interessant vond ik de begrippen sabbatjaar en jobeljaar, vooral omdat het eerste bij ons wordt gebruikt als je een jaar afstand neemt van je job. Het sabbatjaar in de Bijbel is het zevende jaar waarin je het land niet mag bewerken. Akkers mogen niet ingezaaid en wijngaarden mogen niet gesnoeid worden. Na zevenmaal zeven jaren, dus na zeven sabbatjaren of negenenveertig jaar, is het vijftigste jaar een heilig jaar, het jobeljaar. Iedereen wordt dan in zijn vroegere bezit hersteld. Als je een stuk grond of een huis verkoopt, moet je bij de prijs rekening houden met het aantal jaren tot het volgende jobeljaar. In dat jaar komt het immers terug in jouw bezit. Voor bijvoorbeeld huizen in ommuurde dorpen geldt dat niet; die kunnen alleen in het eerste jaar na de verkoop teruggekocht worden.

Al bij al een saai hoofdstuk; niet relevant voor een niet-jood… En ik vraag mij eigenlijk af in hoeverre de joden zelf alle voorschriften hieruit nog volgen.

Lees het hele bericht »

Exodus – De tocht door de woestijn

Vervolg op Exodus – Mozes en de uittocht uit Egypte.

De Israëlieten trokken daarop verder door de woestijn. Jahwe verrichtte nog vele tekenen, zoals zout water drinkbaar maken en voedsel in de vorm van manna uit de hemel. Veertig jaar lang aten de Israëlieten het manna, tot ze aan de grenzen van Kanaän bereikten.

Op een andere keer morden de Israëlieten weer omdat ze dorst hadden. Jahwe liet Mozes met een staf op een rots slaan, waarna er water uit stroomde. Ze werden ook nog eens aangevallen door Amalek.  Mozes stond op een heuvel en zolang hij zijn armen opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand. Toen zijn armen moe werden, ging hij op een steen zitten, terwijl Aäron en Chur elk een arm ondersteunden.

Jetro, de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat Jahwe voor Mozes gedaan had en ging op weg naar Mozes, in gezelschap van de vrouw van Mozes – die Mozes teruggestuurd had – en zijn beide zonen Gersom en Eliëzer. Jetro zag hoeveel werk het volk Mozes bezorgde door hem van ‘s morgens tot ‘s avonds in beslag te nemen om recht te spreken. Hij geeft hem daarop de raad om leiders onder het volk aan te stellen; leiders over duizend, honderd, vijftig en leiders over tien mensen. In kleinere zaken deden de leiders zelf uitspraak, belangrijke zaken legden ze voor aan Mozes. Daarna ging Jetro terug naar zijn land.

Drie maanden na hun vertrek uit Egypte bereikten ze de Sinaïwoestijn. Mozes trekt verschillende keren de berg Sinaï op en ontmoet daar Jahwe, die hem voorschriften meegeeft, waaronder de tien geboden, voorschriften over de eredienst, in verband met het leven en eigendom van de naaste en met de rechten van de slaven, voorschriften met betrekking tot hulpbehoevenden, de overheid, eerstelingen…

Jahwe vraagt daarop bijdragen van het hele volk om een woning en een altaar voor hem te bouwen. Daarop volgen een paar bladzijden met een heel gedetailleerde beschrijving van de maten van en materialen voor de woning, de altaren, de priestergewaden, reukwerk, lampolie en heilige zalfolie. Mozes ontving ook twee stenen platen met de tekst van het verbond.

Toen Mozes maar wegbleef, maakte het volk van hun gouden oorringen een stierenbeeld. Mozes ontstak in woede toen hij de berg afdaalde, en smeet de stenen platen kapot. Jahwe vernietigde het volk toen bijna, want Hij is een jaloerse God. Mozes kon hem echter kalmeren. Mozes kreeg ook twee nieuwe stenen tafelen die in de ark des verbonds moesten worden geplaatst.

Vervolgens volgen enkele pagina’s met de beschrijving van de constructie van de verplaatsbare woning, de altaren, de priestergewaden,…

Daarmee eindigt het boek Exodus.

Lees het hele bericht »

Exodus – Mozes en de uittocht uit Egypte

Vervolg op Genesis – Jacob en Jozef.

Nadat Jozef en zijn broers gestorven waren, kwam er in Egypte een nieuwe koning, die van hen niet meer afwist. Omdat de Israëlieten zich maar bleven uitbreiden, werden de Egyptenaren bang van hen en onderdrukten hen door dwangarbeid. Pasgeboren jongetjes moesten gedood worden, maar de Hebreeuwse vroedvrouwen ontweken dat gebod. Toen droeg Farao zijn onderdanen op om elke pasgeboren jongen in de Nijl te gooien.

Een vrouw uit de stam Levi bracht een zoontje ter wereld en kon dat drie maanden verborgen houden. Nadien legde ze het kind in een rieten mandje en zette het tussen het riet aan de oever van de rivier. Daar vond de dochter van de Farao het kind. Ze liet een Hebreeuwse voedster – de moeder van het kind zelf – halen om het op te voeden. Nadien nam ze het kind aan als haar eigen zoon en noemde het Mozes.

Toen Mozes opgegroeid was, was hij eens getuige van hoe een Egyptenaar een Hebreeër neersloeg. Hij keek eerst naar alle kanten, sloeg de Egyptenaar neer en verborg hem onder het zand. Het gebeurde lekte toch uit en sindsdien was Farao er op uit om Mozes te doden. Mozes vluchtte naar Midjan, vond daar een vrouw in de dochter van de priester Jetro, Sippora, en kreeg een zoon, Gersom.

In de loop van de jaren was de koning gestorven, maar de Israëlieten zuchtten nog steeds onder hun dwangarbeid. Mozes werd op een dag geroepen door Jahwe – Hij die is – om terug te keren naar Egypte en zijn volk uit Egypte wegleiden. Mozes protesteerde, zei dat ze hem niet zullen geloven en wierp op dat hij geen redenaar was en moeilijk en traag sprak. Daarop betoverde Jahwe zijn staf, die een slang werd als Mozes hem op de grond gooide. Verder zou Aäron de leviet, de broer van Mozes, met hem meegaan en in zijn plaats spreken.

Het volk geloofde Mozes en Aäron, maar Farao wou zijn goedkope arbeidskrachten niet laten vertrekken. Erger nog, Farao maakte het de Israëlieten extra moeilijk. Daarop sprak Jahwe weer tot Mozes en zond hem weer naar de Farao. Daar haalde Mozes zijn kunstje uit met de staf, maar de magiërs van Farao warentot hetzelfde in staat, zodat Farao niet wou luisteren. Daarop volgden dan de tien plagen van Egypte: het water van de Nijl veranderde in bloed, kikkers, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen die alles opvraten, duisternis en tenslotte de dood der eerstgeborenen.

Telkens vroeg de Farao aan Mozes om Jahwe de plaag te laten wegnemen, wat gebeurt, maar telkens opnieuw werd Farao daarna weer halsstarrig. Bij de tiende plaag kregen de Israëlieten de opdracht om wat bloed van een geslacht mannelijk lam aan de deurpost te strijken. Het vlees moest gebraden worden en ‘s nachts opgegeten worden voor de zon weer opging, met ongezuurd brood. Jahwe zal dan in de nacht die huizen passeren en de eerstgeborenen laten leven. Dit is de instelling van het paasfeest; zeven dagen lang mochten de Israëlieten verder geen gezuurd brood eten. Geen onbesnedene mag van het paasmaal eten. Sindsien hoort elke mannelijke eerstgeborene toe aan Jahwe en moet vrijgekocht worden met een lam.

Na de tiende plaag liet de Farao het volk gaan. Mozes neemt het gebeente van Jozef mee en ze vertrokken door de Rietzeewoestijn. Jahwe maakte, om zijn macht te tonen, Farao weer halsstarrig, zodat die de Israëlieten achtervolgde met zijn legermacht. Mozes strekte echter zijn hand uit over de zee, en Jahwe liet het volk over de droge bodem van de zee trekken. Nadien liet Hij het water terugstromen zodat de Egyptenaren omkwamen.

Lees het hele bericht »

Genesis – Jakob en Jozef

De vorige keer ben ik gestopt bij de dood van Abraham. Zijn zoon Isaak en diens vrouw Rebekka krijgen een tweeling, Esau en Jakob. Toen Esau eens uitgeput van een van zijn tochten terugkwam, vroeg hij Jakob om een bord eten. Jakob vroeg hem echter om zijn eerstgeboorterecht, want Esau was eerder geboren dan Jakob. Esau zei dat dat hem niets kon schelen, als hij maar eten kreeg, waarop Jakob hem brood en linzenbrij gaf.

Later, toen Isaak oud en blind geworden was, gaf hij Esau de opdracht te gaan jagen en hem een maaltijd klaar te maken, zodat hij genoeg kracht zou hebben om hem zijn zegen te geven. Rebekka had alles gehoord en liet Jakob snel wat malse geitjes halen. Ze liet hem kleren van Esau aantrekken, met over zijn handen en hals de velletjes van de geiten, want Esau was ruigbehaard en Jakob niet. Zo deed Jakob zich voor als zijn broer en bedroog Isaak, die aan de geur van de kleren en na Jakob betast te hebben, dacht dat hij Esau voor zich had. Na de maaltijd zegende hij Jakob. Toen Esau terugkwam, kwam het bedrog uit, maar de zegen was gegeven. Na zijn eerstgeboorterecht had Jakob aan Esau ook zijn zegen ontfutseld. Esau smeedde daarom moorddadige plannen, maar Rebekka liet Isaak Jakob wegsturen naar Kanaän, op zoek naar een vrouw.

Jakob komt terecht bij Laban en wordt verliefd op diens jongste dochter, Rachel. Hij mocht met haar trouwen als hij zeven jaar voor Laban werkte. Na de zeven jaren werd een feestmaal ingericht, maar Laban bracht zijn oudste dochter Lea bij Jakob, die de verwisseling pas na de huwelijksnacht opmerkte. De bruid bleef namelijk gesluierd tot na de eerste betrekkingen. Jakob maakte van zijn oren, tot Laban hem ook Rachel als bruid gaf na de bruiloftsweek, op voorwaarde dat hij nog eens zeven jaren voor hem werkte. Lea schonk Jakob vier zonen, maar Rachel bleef onvruchtbaar. Daarom gaf Rachel haar slavin aan Jakob, met wie hij twee zonen kreeg. Op haar beurt werd Lea jaloers en schonk haar slavin aan Jakob, met wie hij eveneens twee zonen had. Nadien werd Lea opnieuw zwanger en kreeg nog twee zonen en een dochter. Uiteindelijk dacht God aan Rachel, en zij bracht een zoon ter wereld die Jozef genoemd werd.

Na twintig jaar wou Jakob weer terugkeren naar zijn land. Met een paar lepe truken kon hij uiteindelijk wegkomen als een rijk man. Onderweg zond hij boden naar Esau om zeker te zijn van een vriendelijke ontvangst, maar Esau toog op weg met 400 man. ‘s Nachts worstelde Jakob met een man tot de dageraad. Hij liet de man pas gaan nadat die Jakob zijn zegen had gegeven. Vanaf dat moment kreeg Jakob de naam Israël.

Met Esau verzoende Jakob zich uiteindelijk. Hij moest echter verder trekken, nadat twee van zijn zonen op arglistige wijze alle mannen van een stad uitmoordden nadat de zoon van de vorst van dat land hun zuster had onteerd. Onderweg schonk Rachel hem nog één zoon, Benjamin, maar zij stierf daarbij.

Na het overlijden van Isaak vestigde Jakob zich in Kanaän. Zijn oogappel was Jozef, die daardoor echter niet geliefd was bij zijn broers, zeker niet nadat Jozef dromen kreeg waarin ieder voor hem moest buigen. Toen de gelegenheid zich voordeed, gooiden ze Jozef in een put. Later verkochten ze hem aan een karavaan die naar Egypte trok. Aan Jakob gaven ze zijn verscheurde en bebloede kleren zodat Jakob dacht dat Jozef dood was.

Jozef werd in Egypte verkocht aan Potifar, een hoveling van de farao. Jozef kwam bij hem in de gunst en kreeg het toezicht over het huis en de goederen. De vrouw van Potifar wou Jozef bij haar in bed krijgen, maar toen hij weigerde, vertelde ze aan Potifar dat Jozef haar wou verkrachten. Jozef kwam daardoor in de gevangenis terecht.

Na een paar jaar kon hij uit de gevangenis komen dank zij zijn kennis van dromen. Farao had immers een paar dromen die niemand hem kon uitleggen. In de eerste droom zag hij zeven mooie koeien uit de Nijl komen en beginnen grazen. Daarna kwamen er zeven magere, lelijke koeien uit de Nijl die de andere opaten. In zijn andere droom zag hij uit één halm zeven volle aren opschieten. Daarna schoten zeven spichtige aren op die de andere aren opslokten. Jozef verklaarde de droom als volgt: Egypte ging zeven vette jaren tegemoet, maar daarna kwam zeven magere jaren, jaren van hongersnood. Hij raadde de farao aan om tijdens de jaren van overvloed veel graan op te slaan om de magere jaren door te komen. Farao was ingenomen met dat plan en stelde Jozef aan als onderkoning, zodat hij dat plan kon uitvoeren.

In die hoedanigheid kwamen tijdens de jaren van hongersnood zijn broers naar Egypte om graan te kopen. Zij herkenden hem echter niet. Na wat verwikkelingen mochten de broers Jakob, die natuurlijk verheugd was dat Jozef nog leefde, naar Egypte halen. In de jaren van hongersnood kon Jozef nog meer rijkdom verzamelen, omdat iedereen bij hem eten moest komen kopen. Hij stelde zaaigoed ter beschikking en vaardigde ook een wet uit dat een vijfde van de opbrengst van het land voor de farao bestemd was. Net voor Jakob sterft, zegent hij nog al zijn zonen, die de stamvaders worden van de twaalf stammen van Israël. Later sterft ook Jozef in Egypte.

De dood van Jozef vormt de overgang naar het boek Exodus.

Lees het hele bericht »

Genesis – Abraham

De vorige keer ben ik gestopt na het verhaal van Noach. De zonen van Noach waren trouwens Sem, Cham en Jafeth. Sem zou de voorvader zijn van de Joden (semieten), Arabieren, Arameeërs, Assyriërs en andere volken in het oude Midden-Oosten. Cham zou de voorvader zijn van de Afrikaanse volkeren. De legitimering van slavernij werd vroeger wel beargumenteerd op grond van een kromme interpretatie van het verhaal, waarin Cham’s zoon Kanaän vervloekt werd omdat Cham zijn vader zou hebben bespot. De zonen van Jafeth, ten slotte, werden gezien als de stamvaders van de Indo-Europese volkeren, zoals bijvoorbeeld Gomer, de voorvader van onder andere de Germanen. Sommige creationisten geloven dit nog steeds.

Alle mensen op aarde spraken toen nog dezelfde taal. Ze bouwden een stad met een toren die tot in de hemel zou reiken. Toen Jahwe die stad, Babel, en de toren zag, besefte hij dat dat nog maar het begin was en dat de mensheid later in geen van hun plannen nog te stuiten zou zijn. Daarom bracht hij verwarring in hun talen en dreef hen over de hele aardbodem uiteen.

Tot de nakomelingen van Sem behoort ook Abram, getrouwd met Sarai, die geen kinderen kon krijgen. Jahwe riep Abram en zei dat hij een groot volk van hem zou maken. Abram trok naar Kanaän, met zijn vrouw en Lot, de zoon van zijn broer Haran. Na wat omzwervingen, onder andere naar Egypte, trok Lot naar het land langs de Jordaan en Abram bleef in Kanaän.

Sarai kon Abram geen kinderen schenken en stuurt hem naar hun Egyptische slavin, Hagar. Zij schonk Abram een zoon, Ismaël. Ismaël wordt beschouwd als de voorvader van de Arabieren.

Jahwe verscheen aan Abram toen die 99 jaar oud was en sloot met hem een verbond. Hij zou Abram tot vader maken van een menigte volken. In ruil moesten alle mannelijke nakomelingen besneden worden, als teken van het verbond. Abram heette van dan af Abraham en Sarai werd Sara.

Toen Abraham vernam dat Jahwe de verderfelijke steden Sodom en Gomorra wou vernietigen, kon hij van hem verkrijgen dat hij de stad niet zou verwoesten als er maar tien rechtvaardigen in de stad konden gevonden worden. Zo laat hij Lot, die daar woonde, met zijn vrouw en beide dochters ontkomen.

Sara schonk uiteindelijk het leven aan Isaak. Hagar en Ismaël moesten de woestijn in trekken, maar genoten wel de bescherming van Jahwe, want ook Ismaël zou een groot nageslacht krijgen.

Jahwe stelde Abraham nadien op de proef en vroeg hem zijn zoon Isaak te offeren. Abraham aarzelde niet, maar een engel hield hem op tijd tegen. (Volgens de Koran werd Ismaël bijna geofferd door Abraham, maar op het allerlaatst gered. De bereidheid van Abraham om zijn zoon aan God te offeren wordt door moslims elk jaar gevierd in het offerfeest.)

Later trouwde Isaak met een achterachternicht van hem, Rebekka. Abraham trouwde na het overlijden van Sara nog met Ketura, die hem opnieuw een aantal kinderen schonk. Isaak bleef echter Abrahams voornaamste erfgenaam, toen Abraham op 175-jarige leeftijd stierf.

Lees het hele bericht »

Genesis – van Adam tot Noach

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren.

Geef toe, da’s toch al niet mis geschreven. Maar goed, dat zijn nog maar twee zinnen.

God schept al sprekend achtereenvolgens het licht en maakt er dag en nacht van (de eerste dag), het uitspansel (de tweede dag), het land met daarop de plantengroei en de zee (de derde dag), de zon, de maan en de sterren (de vierde dag), de dieren in de zee en de vogels in de lucht (de vijfde dag), de dieren op het land met als kers op de taart de man en de vrouw, als beeld van Zichzelf, die zal heersen over de andere dieren (de zesde dag). Op de zevende dag rustte Hij.

Het volgende hoofdstuk vertelt over het paradijs van Eden en begint vreemd genoeg weer met de schepping van de mens. Ditmaal wordt eerst de man geschapen. Jahwe schept de dieren als gezelschap voor de man, maar daartussen vond de man niet wat bij hem paste. Terwijl de man slaapt, neemt Jahwe een rib weg en maakt daaruit een vrouw, en noemt haar mannin.

In de Tuin verleidt de sluwe slang de vrouw om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Op haar beurt laat zij haar man eens proeven van de vruchten van de boom. Toen gaan hun de ogen open, ze merken dat ze naakt zijn en maken lendenschorten van vijgenbladeren. Natuurlijk ontdekt Jahwe dit en gooit hen uit het Paradijs. (Vergevingsgezind, ho maar.) De vrouw krijgt de lasten van de zwangerschap als straf, terwijl de man gedoemd is tot werken voor zijn voedsel.

Eva brengt Kaïn en Abel ter wereld. De ene werd landbouwer en de andere schaapherder. Toen ze beiden eens een offer brachten voor Jahwe, keek Jahwe welwillend neer op dat van Abel, maar sloeg geen acht op dat van Kaïn. Van colère vermoordt Kaïn Abel. Jahwe veroordeelt Kaïn vervolgens tot een zwervend bestaan. Hij en zijn vrouw (waar kwam die in ‘s hemelsnaam vandaan?) worden vervolgens de stamouders van de veehoeders, smeden en de fluitspelers. Adam en Eva krijgen nog een derde zoon, Set. Na 930 jaar stierf Adam.

Een van de kweetniehoeveelachterkleinkinderen van Adam is Noach, met zijn zonen Sem, Cham en Jafet. De aarde raakte ondertussen bevolkt, maar toen Jahwe zag hoe slecht de mensen geworden waren, besloot hij om ze van de aardbodem weg te vagen. Alleen Noach met zijn gezin kreeg genade, en Noach kreeg de opdracht een ark te bouwen. In het ene hoofdstuk moet hij van elke diersoort een paar meenemen in de ark, in het andere hoofdstuk moet hij van de onreine dieren een paar en van de reine dieren en de vogels zeven paar meenemen. (Zo komen er nog wel een paar tegenstrijdige hoofdstukken voor…) Jahwe liet het vervolgens veertig dagen onafgebroken regenen tot heel de aarde bedekt was met water. Nadat het water weer was gezakt, liet Noach een raaf en driemaal een duif los. Toen die niet meer terugkwam, verlieten allen de ark.

Jahwe zegent dan Noach en schenkt hen nog eens de heerschappij over de dieren. Alleen vlees met de ziel er nog in (het bloed) mag de mens niet eten. (Dit is een van de regels om koosjer (voor de Joden) en halal (voor de moslims) voedsel te bereiden.)

Jahwe besloot toen om de aardbodem nooit meer zo te vervloeken; het hart van de mens is immers van jongsaf geneigd tot het kwade. Zolang de aarde bestaat, blijft er zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht. Het teken van dit verbond is … de regenboog.

Regenboog

Het valt niet mee om alles in één berichtje samen te vatten. De rest zal voor een andere keer zijn.

Lees het hele bericht »

Bijbel

De Bijbel zou één van de meest verkochte boeken ter wereld zijn. Het christendom is een wereldgodsdienst en heeft de meeste aanhangers van alle religies. Circa een derde van de wereldbevolking is christen, wat neerkomt op ongeveer twee miljard mensen. En ik heb de Bijbel nog niet gelezen, al durf ik mezelf ook christen noemen. Alhoewel ik niet echt praktizerend ben.

Dus, ik heb mijn oude schoolbijbel opgediept met het vaste voornemen hem van voor naar achter door te worstelen. De aantekeningen niet meegerekend 1587 pagina’s, kleine druk, in twee kolommen! Ik vrees dat ons huis er sneller zal staan dan dat ik daarmee klaar ben.

Mijn bijbel blijkt een Willibrordvertaling te zijn, uit 1986. De Willibrordvertaling blijkt de standaardvertaling van de rooms-katholieke gemeenschap in het Nederlands taalgebied te zijn. De vertaling is trouw aan de grondtekst en biedt tegelijk een tekst in begrijpelijk hedendaags Nederlands. De eerste complete uitgave (Oude en Nieuwe Testament) stamt uit 1975. Een geheel herziene uitgave verscheen in 1995. Er is ook nog de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004, waarbij 23 kerk- en geloofsgemeenschappen, waaronder de Joodse, betrokken zijn geweest.

Ik zal proberen hier een korte samenvatting te geven van elk onderdeel, voor zover dat gaat. Of toch alleszins af en toe berichten over mijn vorderingen. Ik zie mezelf de Psalmen nog niet direct samenvatten.

In het Oude Testament heb je allereerst de Pentateuch, de boeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. De grote lijnen van de eerste twee zijn genoegzaam bekend: de schepping en de uittocht uit Egypte.

Dan volgen de boeken Jozua, Rechters, Ruth, Samuël, Koningen, Kronieken, Ezra, Nehemia, Tobit, Judit, Ester, Makkabeeën, Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, Wijsheid, Jezus Sirach, Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Baruch, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia en Maleachi. Dat wordt nog leuk. Slechts enkele titels doen een belletje rinkelen.

Het Nieuwe Testament is gelukkig wat korter, en beter gekend. Er zijn natuurlijk de vier evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes). Dan komen de Handelingen van de apostelen, met daaropvolgend een hele hoop brieven. En ten slotte de Apokalyps of Openbaring van Johannes.

Morgen volgt het eerste deel, Genesis.

Lees het hele bericht »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.