In 2008 viert de Universele Esperanto-Associatie haar 100ste verjaardag. Bij deze gelegenheid, en omdat het Esperanto een vredestaal is, werd de Associatie in november 2007 door twee Zwitserse parlementsleden voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Dit heeft als positief gevolg gehad dat in het kanton Neuchâtel op 21 februari 2008 een wetsvoorstel werd ingediend, ondertekend door 27 parlementsleden uit verschillende partijen, met onder andere de volgende punten: de taal zal gebruikt worden in verschillende officiële documenten en bij lokaal toerisme, onderricht zal mogelijk gemaakt en ondersteund worden,… De 4de maart volgt er een persconferentie.
Na 100 jaar is het Esperanto nog altijd levend. Voor mij lijkt het nog altijd een geldige optie te zijn als taal voor de Europese Unie, in plaats van alles te moeten vertalen in de tig talen die voorkomen in de Europese deelstaten, wat hoe langer hoe meer tijd en geld in beslag neemt. Kiezen voor het Engels, het Frans en het Duits, die in meer dan 90% van de landen wel begrepen wordt, ligt gevoelig, omdat het de ene taal bevoordeelt ten opzichte van de andere. De Europese Unie heeft dat altijd willen vermijden. Esperanto is daarentegen volstrekt neutraal. Alleen, het kan geen officiële taal van de Unie worden, omdat het geen officiële taal van een van de deelstaten is…
Maar, wie weet. In Zwitserland zijn ze goed bezig. Nu nog navolging in één van de landen die wél tot de Unie behoren…
Ik pleit eigenlijk voor een wereldtaal, en laat dat dan maar Engels zijn.
Soms vraag ik mij af waarvoor al dat gecomuniceer eigenlijk nodig is. Daar komen toch maar vodden van.
Was getekend.