Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor september, 2006

Er was eens…

- Er was eens een land dat gebukt ging onder een tiran.

- De mensen van het land werden dom gehouden, blind voor wat er buiten de landsgrenzen gebeurde. Bovendien keken de nationale veiligheidsdiensten over de schouders van iedereen mee; wanneer je e-mailde, telefoneerde of maar gewoon je bankkaart gebruikte.

- Toen werd er, onder zware druk van de leiders van het land, een wet goedgekeurd, waardoor het ‘toepassen van harde ondervragingstechnieken’ – zeg maar folteren – van personen die verdacht werden van terrorisme mogelijk werd. Bovendien hadden deze verdachten geen beroepsmogelijkheden meer. Een kaakslag voor het democratisch rechtssysteem. Een terugkeer naar middeleeuwse toestanden.

- Een aanslag werd gepleegd. Duizenden stierven. Dus toch niet onaantastbaar op eigen bodem. De weerstand in binnen- en buitenland tegen de leiders groeit.

- De leiders van het land zetten hun legers in in verscheidene landen, zogenaamd ter verdediging van de democratie.

- Een nieuwe president wordt verkozen.

- Het land krijgt een aura van vrijheid en onbeperkte mogelijkheden.

 

Een happy end… of toch niet? Waarom staat het gerangschikt in blokjes? Lees het dan eens van achter naar voor.

Read Full Post »

Mijn meest bijzondere boek

Gisterenavond was het de laatste aflevering van ‘Alles uit de kast’, het boekenprogramma op Eén. Ik moet er nog naar kijken; rond de tijd dat het uitgezonden wordt, zijn ik (of mijn vrouw) druk bezig met het laatste flesje van Zoon, om daarna het bed in te duiken. Ik heb maar één aflevering gemist, door stomweg een uur Canvas op te nemen in de plaats van Eén.

Op voorhand hadden er velen hun twijfels bij. Een boekenprogramma, dat zou geen kijkers trekken. Awel, of het veel kijkers getrokken heeft, weet ik niet, maar mij kon het alleszins bekoren. En het deed in mij de zin ontwaken om toch eens iets anders te proberen lezen dan fantasy. Het pleidooi van Tom Lanoye over ‘Time’s Arrow’ is mij het sterkst bijgebleven; dat wordt de eerstvolgende aankoop.

Mijn bijzonderste boek is ondertussen ook al zestig jaar oud. Het werd uitgegeven in 1945 en is dus geschreven volgens de oude spelling, wat voor mijn part bijdraagt tot het speciale karakter ervan. Als jongeling kreeg het daardoor een speciaal plekje in mijn hart en daar zit het nog steeds. Het boek is getiteld “De 7 flesschen van den kanunnik” van Jan Boschmans, pseudoniem van Lucien De Bosscher.

boek1

Ik heb het gekregen van mijn vader, allez, het is van zijn boekenkast in de mijne verhuisd. Op de eerste pagina en de binnenkant van de cover is nog een rapport getekend, blijkbaar van toen mijn tantes ‘van scholeken’ speelden…

boek2

Het boek vertelt de belevenissen van een familie en hun dorpsleden onder de Tweede Wereldoorlog op een humoristische, luchtige manier. Niet hilarisch, maar menselijk. Een dochter verlooft zich met de apothekerszoon, een stijve hark, een zoon wordt opgeroepen voor het leger, de overgeblevenen proberen met hebben en houden de Franse grens over te trekken, en boven alles is de moeder een oermoederlijk typetje dat als een kloek waakt over haar kroost.

boek3

Tot nu wist ik eigenlijk verder niets af van de auteur. Ik had er eigenlijk nooit iets over gehoord of gelezen, geen andere boeken van gezien,…

Naar aanleiding van dit bericht ben ik eens gaan snuisteren op het internet, en waarempel, een paar exemplaren van het boek zijn te koop op Kapaza, Yezzz! of eBay! Er is zelfs nog een ander boek, ‘Eva onder de leeuwen’. Misschien laat ik mij verleiden en wordt dàt de eerstvolgende aankoop. Van de auteur zelf geen spoor… Zijn pseudoniem en geboortejaar (1910) heb ik kunnen aflezen van een kaft van een boek dat te koop staat.

boek4

Ik had gisterenavond een mooi citaat gevonden over het moederken en bijna gefotografeerd toen beide batterijen van mijn fototoestel leeg bleken te zijn. Tegen de tijd dat ze opgeladen waren, was ik de pagina kwijt natuurlijk. Ik heb dan maar lukraak een andere pagina opengeslagen. Het gaat daar over Gusten Pamel, een bedachtzame boer en vriend van het hoofdpersonage, de zoon uit het gezin. 

“Gusten Pamel is getrouwd; zijn vrouw is dik, gierig en werkzaam, maar weet nog niet eens wie de koning is van Zweden. Ze kan echter een koe melken en wanneer ze het schaap onder den staart kijkt, weet ze dadelijk wat er gebeuren moet – met het schaap. Voor een boerin is zulks genoeg. Gusten Pamel is tevreden met zijn vrouw. Hij is eigenlijk over alles tevreden, ook over zijn drie zonen, zijn paarden, zijn (…) en erf. Zijn spijsvertering is volmaakt, misschien is geluk ‘n zaak van een gezond darmenstelsel. En toch is hij grijs geworden in het leven. Wellicht heeft ook hij zware zorgen gekend, harde tegenslagen, heeft ook hij gezondigd tegen de redelijkheid. Een man wordt niet in één nacht wijs. Helaas niet. Dat zegt hij zelf. En daarenboven, getrouwd zijn met een vrouw die nog niet eens weet wie de koning is van Zweden…”

Read Full Post »

Fikker

We hadden iets met bomen toen we jong waren, mijn kozijnen en ik. Ja, ik blijf halsstarrig het Vlaamse woord kozijn bezigen, omdat het over de zonen van mijn tantes gaat en niet over oomzeggers.

Niet alleen om in te kruipen, al was dat wel de meest voorkomende bezigheid. In het kleine tuintje van mijn grootouders stonden bijvoorbeeld drie slanke dennen. Niet te hoog, een paar meter maar. En die waren zo handig voorzien van kransen van takken op regelmatige afstand van elkaar. Zelfs voor een hark als ik was het een stukje cake om een paar meter hoog te geraken, tot waar de takken te dun werden. En hoe handig dat er net drie waren! Elk van ons had aldus zijn eigen boom om denappel in te spelen. Alleen onze moeders waren er niet zo blij mee. Dennenhars is iets hardnekkigs om uit kleren te krijgen.

Over de wilgen in het steegje naast het huis heb ik het al gehad. We passeerden daar vaak, al babbelend.  Van het ene eind van het steegje naar het andere en terug. Het binnenste was bij sommige bomen al volledig vermolmd en verdwenen; soms stond er zowaar nog maar een halve boom recht, en toch leefde die nog. Vanbinnen was die dan fraai behangen met spinnenwebben.

Mijn ene kozijn was toen in zijn fikperiode. Hij had een aansteker. Niet dat hij pyromaan was, maar het was toch vaak verleidelijk om te testen wat nu juist fikt en wat niet. Fikkende kozijn + spinnenwebben …? Inderdaad. Maar een spinnenweb bleek niet te fikken, maar eerder gewoon weg te smelten. Geen rook, geen vuur, niks. Na een paar webben slenterden we verder.

Later bleek dat een buurman een paar emmers water in de brandende boom is moeten gaan kletsen. Hoe die tóch vuur gevat heeft, is mij nog steeds een raadsel. Molm is wel heel goede tondel, maar toch. Blijkbaar moeten de webben toch een vonkje overgebracht hebben en is de boel aan het smeulen gegaan.

Of de champetter die avond weer bij mijn peter aan de voordeur stond, weet ik niet, maar het lijkt mij heel goed mogelijk…

Read Full Post »

Voedingsstrategie

Bij ons op het werk kan je ‘s middags kiezen tussen twee verschillende warme maaltijden. Die worden aan tafel opgediend in kommen of schalen voorzien voor vier personen. Van het moment dat er één persoon aan een tafel van vier komt zitten, wordt het eten opgediend.

En nu begint het…

- Ga ik wat vroeger of wat later? Als ik te laat ga, moet ik ergens aanschuiven waar nog plaats is. De mensen zitten er ook al wat langer, zodat mijn portie bijna koud geworden is.

- Bij wie schuif ik aan? Bepaalde mensen hebben een grotere honger dan anderen. Als je juist kiest, blijft er misschien nog wat extra over…

Persoonlijk vind ik de volgende strategie de beste. Dan wacht je wat langer, maar niet té lang. Dan kies je je een tafel waar twee of drie vrouwen aanzitten. Die eten namelijk niet zoveel. Als er dan bijvoorbeeld spaghetti op het menu staat, dan blijft door de gecombineerde mindere eetlust van die vrouwen voldoende in de kommen om zelf een tweede maal op te scheppen. Natuurlijk met toestemming van alle partijen, die tegen dan meestal toch al terug naar hun bureau vertrokken zijn.

Lastig, lastig. Het is een jungle op kantoor.

Mijn beer rammelt al ruim voor 12u, dus ik hou het meestal niet te lang uit, alle strategieën ten spijt. Voordeel: mijn eten is meestal warm. Nadeel: ik kies mijn tafelgenoten niet. Niet dat ik iets tegen mijn collega’s heb. Er is er één bij, een al wat oudere man, die zijn bordje meestal goed vult. Hij maakt het dan weer goed door traag en met zoveel smaak te eten, dat het een plezier is om zien…

Read Full Post »

Fotoboek

Een tijdje geleden berichtte buddha over zijn ervaringen met TicTacPhoto. Ik was terzelfdertijd bezig met het maken van een fotoalbum over onze kleine meid, met per maand een paar fotootjes vanaf haar geboorte tot en met haar tweede verjaardag. Ik twijfelde toen even of ik zou verder doen met het Extrafilm-album, of zou herbeginnen met TicTacPhoto.

Toen ik zijn relaas las, heb ik toch maar voortgedaan met Extrafilm. De keuze uit kaften en kleuren is wel minder groot en je hebt niet de mogelijkheid om tekst op de kaft te laten drukken, maar je bestelt nu eenmaal zo’n album om mooie foto’s te hebben. En bij buddha bleek er toch iets te schorten aan de kleuren.

Ondertussen heb ik het album ontvangen. 105 foto’s verdeeld over 32 pagina’s voor 31 euro. Ik had 7,5 euro korting door een code in te geven uit de Metro-krant.

Dit is het resultaat…

fotoboek1
fotoboek2
fotoboek3

Het is iets kleiner uitgevallen dan we gedacht hadden, maar de maten waren wel opgegeven; we hadden het altijd kunnen nameten. Jammer genoeg kan je geen titel opgeven om op de kaft te laten zetten en was ik zelf vergeten een titelblad aan te maken…

Voor de rest valt het heel goed mee, ook de kwaliteit van de foto’s. Voor die prijs begin ik er niet aan om al die foto’s zelf af te drukken…

Read Full Post »

Ochtendritueel

Mijn vrouwtje kan vandaag opnieuw beginnen werken na zwangerschaps- en borstvoedingsverlof. Wat direct wat organisatie vereist ‘s morgens. Nu moet ook de kleinste mee met mij naar de onthaalmoeder…

05u25: de wekker loopt de eerste keer af. Ondergetekende mag zich nog even draaien, maar ‘t vrouwtje moet opstaan. Dat ik mij nog eens omdraai, heeft niets te maken met nog even willen snoozen, maar is praktisch van aard. Als ik ook zou opstaan, dan lopen we elkaar in de badkamer gewoon maar voor de voeten.

05u40: de kleine is ook wakker en wil zijn flesje, maar geen nood, mama is net klaar en kan zijn buikje vullen.

05u51: mijn wekker loopt ook af. Ik zet normaal gezien mijn wekker op een afgerond getal. Dwaas eigenlijk, maar het stoort mijn gevoel voor orde als ik mijn alarm zie staan op een niet-afgerond getal. Het is echter al een oudere wekkerradio en ik had gisterenavond geen zin om de klok opnieuw te zetten. Je kan het uur namelijk niet direct instellen; je moet de uren en minuten doorlopen en op het juiste ogenblik stoppen…

06u05: ik ben ook klaar. Ondertussen is de kleine geprepareerd: gedronken, pamper ververst, pyjamaatje uit, kleertjes aan. Dochter is ook wakker geworden.

06u15: mijn boterhammetjes voor deze middag zijn gesmeerd, terwijl vrouw dochter uit bed heeft gehaald. Die bleek deze nacht wat uit haar neusje gebloed te hebben, zodat er nog wat opkuiswerk aan te pas kwam.

06u20: vrouwtje vertrekt met de auto naar Brussel, op tijd om de files voor te zijn. Dochter krijgt ondertussen de fles.

06u30: ik kan mijn boken opeten en mijn appeltje schillen voor deze voormiddag. Dochter zit aan wat droge ontbijtgraantjes te knabbelen en Zoon ligt te kakelen in zijn wiegje.

06u40: tandjes poetsen. Een mislukte poging doen om bij Dochter de tandjes deftig te poetsen, want ze wil het zelf doen. Zoon in zijn jasje en maxi cosi hijsen. Achter Dochter crossen om haar jasje aan te krijgen.

06u50: het huishouden zit met pak en zak in de auto; we kunnen vertrekken.

06u55: alles weer uitladen bij de onthaalmoeder. Vandaar kan ik te voet naar het station.

07u05: papa stapt op de trein en is ook weer vertrokken voor een dagje administratief geklooi. De eerste tas koffie/cichorei van deze dag roept.

Het verliep allemaal vlotjes, misschien kan Vrouw zelfs nog tien minuutjes langer blijven liggen. Maar je zal zien; als je dat doet, heb je de dag erna tien minuten te kort…

Read Full Post »

Maïskuil

Gisteren verzamelde iedereen zich bij mijn schoonvader om te helpen met het inkuilen van de maïs. Tegen dat ik thuis kwam, was ik meer dan content om in de zetel neer te ploffen, en ik kon het niet meer opbrengen om nog iets te posten… Het was lang geleden dat ik nog wat beweging heb gehad.

De theorie van inkuilen had ik ooit nog wel geleerd, maar voordat ik met mijn vrouw getrouwd was en zelf gaan helpen ben, had ik het nog niet in de praktijk gezien. Ingekuilde maïs kan zo twee tot drie jaar bewaren, als het goed gedaan is. Als de maïs te nat of te droog is, als de lucht er aan kan,… dan begint de maïs te rotten.

Door het stevig aanrijden en nadien te bedekken met folie, ontstaat er een zuurstofloos milieu. Bacteriën zetten vervolgens suikers om in melkzuur. Na verloop van tijd blijft de zuurtegraad in de kuil stabiel, en kan het product lange tijd bewaard worden. Eigenlijk is het hetzelfde procédé als bij het maken van zuurkool…

Rond 9u kwam ik aan op de boerderij van mijn schoonvader, ergens in het Pajottenland. De maïshakselaar - geen machine van mijn schoonvader, maar bestuurd door een loonwerker, net als de bestuurders van de andere machines - was al bezig met het oogsten van de maïs.

mais1

De fijngehakselde maïs wordt door de arm van de hakselaar in een kar geblazen. Als de kar vol is, wordt ze leeggemaakt op de plek waar de kuil moet komen.

mais3

De tractor die de maïs dan moet vastrijden, was te laat, dus ondertussen reed mijn schoonbroer alvast wat over de maïs.

mais4

De kar kapt de maïs maar af, maar daarmee ligt ze nog niet overal even dik. Daarom probeerden wij ze zo goed mogelijk open te spreiden met mestvorken (een “greep”), totdat de machine arriveerde die de maïs moest vastrijden. Die had tevens een schepbak, waarmee het uitspreiden van de maïs heel wat vlotter ging.

mais5

Naast de lange kuil op de foto, liet mijn schoonvader nog een tweede, kleinere kuil maken. Nadat die vastgereden was, kwam het bedekken met folie.

mais6

Op deze foto is ook nog een kuil te zien die momenteel gebruikt wordt om de dieren te voederen. De folie wordt aan één kant losgemaakt en de ingekuilde maïs van vorig jaar kan er dan uitgeschept worden naargelang de behoefte.

Op de meerdere lagen folie schepten we dan aarde, enerzijds voor het gewicht, om de lucht er verder uit te drukken, en anderzijds ook om de folie te beschermen.

mais7

 

mais8

 

mais9

Rond de kuil graafden we nog een grachtje zodat de onderkant van de folie wat hoger komt te liggen dan de grond errond. Anders zou het regenwater de kuil kunnen instromen, wat niet de bedoeling is.

En zo ziet het uiteindelijke resultaat er na een paar uren werk uit…

mais10

 

Read Full Post »

Dierenliefde

Er is mijn nog een avontuurtje te binnen geschoten van de drie lustige kozijntjes… En nee, het voorlaatste adjectief heeft niets te maken met de titel.

Zoals ik al zei, het huis van mijn grootouders was nogal landelijk gelegen. Op zondag kwam de familie daar bijeen en als het goed weer was, trokken mijn neven en ik de omringende velden in. De velden en hun veldweggeltjes stonden bekend onder de namen Walberre en Tekkom. Ook op het kadaster kan je ze terugvinden onder de namen Walborre en Rechem, in het gehucht “Renjesteel” (oftewel Rendestede). Allemaal namen die voor mij beladen zijn met de stoffige ziel van een uitgestrekt veld dat ligt te bakken onder de zomerzon. Tussen de velden ligt het Sint-Lambrechtsbos, met een kapelletje dat nog elk jaar bezocht wordt. Geen weg leidt er naar toe.

Een bosje – eigenlijk meer een groepje bomen – oefent altijd een bijzondere aantrekkingskracht uit op een paar jongens. Dat we daarvoor tussen de maïs moesten lopen om het te bereiken, maakte het niet minder aantrekkelijk natuurlijk. Boeren hebben dat niet graag. Hoe weinig ook, je richt toch altijd wat schade aan. We deden dat wel niet bewust; we waren geen vandalen.

Het bosje dus. Al van ver viel ons een wat vreemde constructie op. Er stond een heel grote kooi tussen de bomen verscholen. Met een deurtje met een hangslot, dus het was geen klein ding, toch niet in de ogen van een tienjarige. In de kooi zat een zielige kraai rond te hupsen. De bovenkant van de kooi had openingen die naar beneden toe nauwer werden, een soort van fuiken. Kraaien zijn groepsdieren, dus als een lid van een troep kraaien een ander lid in nood op de grond ziet zitten, neem ik aan dat het zeker een kijkje komt nemen. Zeker als er nog wat lokaas in de kooi is uitgestrooid. Eenmaal binnen zit het beestje echter gevangen, want het kan met zijn vleugels niet meer door de nauwe opening geraken…

Onze jongensharten  bloedden voor de kleine kraai. Met een steen was het hangslotje snel opengeklopt en de vogel kreeg zijn vrijheid terug. Waar we niet op gerekend hadden, was dat de lokvogel vleugellam was gemaakt. Ik herinner mij niet meer hoe, maar als je de pluimen van één vleugel afknipt dan kan een vogel tijdelijk niet meer vliegen, tot wanneer de pluimen opnieuw zijn aangegroeid. Hij is zijn evenwicht compleet kwijt. Als je beide vleugels kortwiekt, dan kan hij opnieuw vliegen, zij het niet zo bijster goed. Bij jonge vogeltjes kan je de vleugel ook kort verschroeien, wat een permanenter effect heeft…

In ieder geval kon de kraai niet uit de voeten. Of alleen nog maar uit de voeten; hij zat maar rond te stuntelen tussen de struiken en de netels zonder het luchtruim te kunnen kiezen. Ons enthousiasme werd daardoor iets getemperd, maar toch keerden we tevreden huiswaarts, in de wetenschap dat we een gevangene bevrijd hadden.

‘s Avonds stond de veldwachter bij mijn grootvader aan de deur. Mijn oudste kozijn kreeg zoals altijd de volle lading wegens de grootste deugniet en de oudste van de drie. Hij was toch wel een paar maanden ouder dan ik… En de oudste moest de verantwoordelijkheid dragen. En dat was niet de enige keer dat hij de wind van voren kreeg, terwijl we er eigenlijk alledrie bij aanwezig waren…

Read Full Post »

Rotdag

Vandaag is het Sportdag voor Vlaamse Ambtenaren. Stadswandelingen in Brussel, initiaties in verscheidene sporten… Verzamelen aan de gebouwen van de VUB.

Maar zonder mij. Ik was dit jaar in vakantie toen je je moest inschrijven. Eigenlijk kan ik mij nog altijd inschrijven, maar ik heb er geen zin in. De wandelingen heb ik allemaal al gedaan. De rest interesseert mij minder.

Dus zit ik hier vandaag moederziel alleen op kantoor. Onder het voorwendsel dat ik daarmee wat werk kan inhalen. Als ambtenaar in stage moet ik namelijk een stagerapport maken, wil ik statutair ambtenaar worden. Ik zou liever van werk veranderen, dichter bij huis, iets boeienders, maar ach… Zolang er zo nog niets in zicht is, kan het geen kwaad om alvast statutair te worden. Het maakt het mogelijk om binnen de overheidsdiensten gemakkelijker te veranderen van baan.

Maar ik moet dus een stagerapport schrijven en ik weet niet hoe ik er moet aan beginnen… Ik denk niet dat het voldoende is als ik iets schrijf over Cirruswolken of over de fratsen van mijn neven. Volgende week moet het af zijn.

Read Full Post »

Vaderlandsliefde

Mijn grootmoeder en grootvader, tevens dooppeter, woonden vroeger in een oude school. De vroegere school bevond in zich een gehucht, dat wil zeggen met voornamelijk akkers en weiden errond. Het woonhuis van de nonnekes werd hun woonhuis, de klassen van de leerlingen werden varkenskotten… Er veranderde dus niet veel. Alleen werd er tegenover de klassen een nieuwere, lage varkensstal gebouwd.

De enkele klaslokalen lagen naast elkaar aan een speelplaats met in het midden een paardenkastanje. Ik herinner mij nog dat het opschrift boven de buitendeur van één van de klaslokalen bewaard was gebleven: “Vaderlandsliefde”. De andere opschriften moeten “Onderwijs” en “Opvoeding” geweest zijn.

Dit was des zondags het terrein van drie belhamels. Of liever twee belhamels: mijn twee kozijnen (de zonen van mijn tantes). Het derde persoontje was ik, voorzichtiger van aard en dus eerder toeschouwer dan participant.

Zo konden de kozijntjes het niet laten om in een steegje naast de gebouwen in een knotwilg te kruipen. Alle knotwilgen langs het steegje werden eerst grondig geïnspecteerd op hun beklimbaarheid, waarna er één uitverkoren werd. Een grote knotwilg heeft waar de takken beginnen namelijk een soort van platformpje waar je gemakkelijk met twee-drie bengels kan zitten. Het middelste van een knotwilg heeft echter ook de neiging om te vermolmen, so don’t try this at home!

De keren dat zij als twee aapjes in hun wilg zaten, wandelde ik wat door het steegje. Soms verwenste ik mezelf dan omdat ik er niet in durfde te klimmen. Maar lang duurde mijn afzondering nooit. Zoveel valt er nu ook weer niet te beleven, daar in de knotwilg.

Er was echter een dag dat ik mezelf gelukkig prijsde omdat ik niet in de wilg zat. Dat was meteen de laatste dag dat mijn kozijntjes in de wilg kropen…

Ik hoorde ze tegen elkaar kwebbelen.

Dan zei de ene tegen de andere: “Er zit hier een wesp.”

*pets*

“Ge hebt ze niet! Kijk, ze vliegt daar!”

“Toet, ik had ze wel, die daar da’s een andere.”

*pets*

“…”

” ‘T ER ZIT HIER NE GANSEN NEST !! “

Met veel gedruis tuimelde kozijn 1 uit de wilg en zette het op een lopen. Kozijn 2 tuimelde en rende er achteraan.

Alle boze wespen waren waarschijnlijk in de achtervolging, want ik kon zonder problemen voorbij de wilg wandelen. Binnen bij mijn grootouders thuis waren de half ontklede kozijnen het middelpunt van heel wat activiteit. Er bleken zelfs wespen in hun ondergoed te zitten.

Al bij al zijn ze er nog goed van afgekomen. De ene had maar een tiental steken; kozijn 2 misschien iets meer, omdat hij de laatste was om het bastion te verlaten.

In die wilg zijn ze nimmer ingekropen.

Read Full Post »

Ja en nee

De commentaren op het vorige bericht brachten mij ertoe te filosoferen over het (Zuid-Oost-Vlaams) dialect. In het Nederlands kan je iets bevestigen door ja te zeggen en iets ontkennen door nee te zeggen.

Ik heb het even geteld; in het dialect kom ik aan niet minder dan 546 theoretische mogelijkheden!

Ik verklaar mij nader. Allereerst is er natuurlijk ‘jau’ en ‘nieë’. Maar, ja en nee kan eventueel ook gevolgd worden door het persoonlijk voornaamwoord van de persoon over wie de bevestiging of ontkenning gaat. Bijvoorbeeld, iemand vraagt mij of ik al gegeten heb. Een volgende vraag kan dan zijn of zij al gegeten heeft. In het Nederlands luidt het antwoord tweemaal ja. In het dialect antwoord ik op de eerste vraag “jau’k” en op de tweede vraag “joeë’s”…

Even schematisch voorstellen:

ik jau’k nieë’k
jij/gij jau’g nieë’g
hij joeë’n naai’n
zij joeë’s naa’sj
het joeë’t nieë’t of nai’ntj
wij jau’m(en) nieë’m(en)
jullie jau’g nieë’g
zij joeë’s naa’sj

Je zou kunnen zeggen dat ja en nee verbogen worden in het dialect. Om het nog leuker te maken, is er ook zoiets als de ‘si’ in het Frans. Als iemand tegen mij zegt: “Het is buiten toch niet aan het regenen he?”, terwijl dat wel zo is, dan antwoord ik: “Toet!” (eigenlijk ” ‘t Doet”). Dit kan ook bij de ontkenning. Opnieuw even schematisch voorstellen:

ik ‘k toen ‘k en doen
jij/gij ge doetj ge ‘n doetj
hij a doet aa ‘n doet
zij ze doet ze ‘n doet
het toet (‘t doet) (‘t) ‘n doet
wij we doen we ‘n doen
jullie ge doetj ge ‘n doetj
zij ze doen ze ‘n doen

Leukleuk… Lang geleden heb ik eens samen met een vriend daarover bezig gezeten. We ‘roflolden’, we lagen plat van het lachen, toen we tot de ontdekking kwamen dat het daarmee nóg niet uit is. Je kan deze antwoorden namelijk nog versterken ook… Hoe meer lettergrepen, hoe sterker de bevestiging of ontkenning. Als we bijvoorbeeld ‘toet’ willen versterken, kunnen we zeggen:

1 lettergreep toet
2 lettergrepen batoet motoet tetoet toetgij
3 lettergrepen abatoet mobatoet moëtetoet batoetgij
motoetgij
4 lettergrepen abatoetgij amobatoet mobatoetgij moëtetoetgij
amotoetgij amoëtetoet
5 lettergrepen amobatoetgij amoëtetoetgij

Dezelfde pre- en suffixen komen altijd terug, en er zit ook enige logica in. ‘Ba’ volgt altijd op ‘mo’ en niet omgekeerd. Ik heb dus 17 mogelijke manieren om toet te versterken. Dat gaat eveneens voor de andere, bijvoorbeeld ‘amo’k en doengij!’…

Dus 17 versterkingen x 16 verbogen vormen van toet en ‘n doet = 272.

Die versterkingen kunnen ook bij de verbuiging van ‘jau’ en ‘nieë’, dus daar ook 17 x 16 = 272.

Plus ‘jau’ en ‘nieë’ zelf is … 546. Of alle vormen in de praktijk ook kunnen, heb ik niet meer uitgetest…

(Alle schrijfwijzen en voorstellingen zijn niet officieel, maar door mij hier nu zo gebruikt om de klanken zo goed mogelijk weer te geven…)

Read Full Post »

Engel

Eerste werk op het werk: alle kalenderblaadjes van de voorbije drie weken afscheuren.

En wat lees ik daar?

“Een baby is een engel van wie de vleugels krimpen, terwijl de benen groeien.”

Read Full Post »

Trein

De trein des levens dendert door

over een enkelvoudig spoor

met hier en daar een klein station

van een herinnering die ik verloor

 

Onderweg ontmoet je vrienden

Soms stappen ze op een andere trein

Die dan voor altijd verdwijnt

Na een splitsing van het spoor

 

Wat zou ik graag zo nu en dan

Eens terugkeren naar zo’n station

Een koffie en een koekje in de bar

En kijken uit het raam

 

Uiteindelijk is elk ticket enkele reis

Ieders trein loopt op een dood spoor

Aan het eindstation is de reis gedaan

Of, wie weet, is het slechts een overstap…?

Read Full Post »

Goed gekozen

Daarstraks reden we achter een vrachtwagen van een takeldienst. Op de zijkant stond de naam van het bedrijf: auto-snel-weg.

Dat is de kunst; een naam kiezen voor je bedrijf die zo goed gevonden is dat iedereen hem onthoudt en die bovendien een lach op je lippen brengt…

Read Full Post »

Opruimactie

Vorige donderdag zaten mijn vrouw en ik weer aan de kust, in Blankenberge. Deze keer zonder de kindjes en niet om er aangenaam te verpozen…

Een nonkel van mijn vrouw, een man van in de tachtig, woont daar namelijk op een appartementje. Onder hem leefde er een travestiet, halve transseksueel of wat hij/zij ook was, die een stukje van de wereld moet gezien hebben en weer verhalen moet gekend hebben dan ik en gij bij elkaar. De laatste maanden van zijn leven – hij was nog geen zestig jaar - werd hij min of meer verzorgd door nonkel, want hij leed aan kanker.

Nonkel valt nu de last te beurt om de ‘woning’ van de overledene op te ruimen voor het einde van het jaar… Woning tussen aanhalingstekens, eigenlijk meer krocht. Het waren de vroegere conciërgelokaaltjes, bestaande uit een klein kamertje zonder raam, met daarnaast nog een klein kamertje, zonder raam jawel. Een piepkleine trap leidde naar beneden, naar een keukentje met het plafond op twee meter hoogte. U raadt het al, zonder raam. Naast het keukentje lag nog een klein kamertje, met een klein raampje uitgevend op grondniveau van een binnenkoer. Daar had hij een muziekinstallatie die voldoende was om in een middelgroot café elk gesprek onmogelijk te maken. Geen badkamer of toilet gezien. Waar we echter verstomd van stonden, was de ongelofelijke hoop rommel en vuil. Op alles lag een dikke, vettige laag bruin stof.

Nonkel kan dat onmogelijk zelf opruimen; die zou daar zelf aan kapot gaan. Daarom zijn we hem in ons verlof alleszins al één dag gaan helpen. De keuken is nu min of meer wat opgeruimd. Twee volle auto’s naar het containerpark gevoerd, plus zes vuilniszakken… Enkele blikken voedsel en wat pakken spaghetti konden we nog recupereren.

‘s Avonds zijn we nogal mistroostig in ons bed gekropen, om verscheidene redenen. Een man/vrouw heeft in die rommel zijn laatste jaren gesleten, terwijl hij waarschijnlijk een avontuurlijk leven moet geleid hebben. Wat moet hij op het einde eenzaam zijn geweest! Nu blijft nonkel daar op zijn beurt alleen achter. Voor ons valt het niet zwaar om die dingen naar het containerpark te voeren; wij kenden die persoon niet. Voor nonkel moet het al heel wat anders zijn om bijvoorbeeld het valse gebit van die persoon in de vuilniszak te zien verdwijnen. Bij ons speelt dan weer voornamelijk de compassie met nonkel die met zijn tachtig-en-jaren niet geschikt is voor die taak…

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.