Feeds:
Berichten
Reacties

Onderbroek

’t Zijn lollige dagen… De storm van gisteren heeft de trampoline opgetild en wat verder verhakkeld neergekwakt. Door de vele regen is het grondwater weer hoog genoeg gestegen om onze kelder te bevochtigen.

En nu scheur ik net een winkelhaak in mijn broek zodat de ondergelegen laag, zijnde mijn onderbroek, voor iedereen zichtbaar is. Nog een geluk dat het solden zijn.

Zou ik – voor het eerst in mijn leven – helemaal zelf en op mijn eentje een nieuwe broek gaan kopen? Brr, de gedachte alleen al…

Auto kiezen

Mijn auto is bijna tien jaar oud. Als je tien jaar met een auto rijdt, dan heeft de halve vrienden- of familiekring ondertussen al een nieuwe wagen, zeker als daar een paar bedrijfswagens tussen zitten. Ge zoudt geen man zijn als het dan niet een beetje kriebelt zeker?

Maar ik zou op dit moment écht niet weten wat een volgende aankoop voor iets zou moeten worden… Aan de tips van Jeremy Clarkson & Co heb ik niet echt veel, moet ik bekennen. Da’s zowat het enige waar ik zeker van ben; aan een snelle wagen heb ik geen behoefte. En ook dat ik er nog niet klaar voor ben om wagenloos door het leven te gaan. We wonen niet in de stad.

Over al de rest verkeer ik in grote twijfel.

-       Benzine, diesel, hybride of elektrisch? Diesel staat tegenwoordig in een slechter daglicht; een hybride daarentegen is in mijn ogen zoiets als een elektronische typemachine kopen als de personal computers er zitten aan te komen. Een benzine blijft draaien op een fossiele brandstof, maar in elektrisch heb ik nog te weinig vertrouwen.

-       Nieuw, of toch maar tweedehands? Een nieuwe auto kost altijd veel geld als je het omrekent naar een bedrag per maand, hoe je het nu draait of keert. Hoe langer je er mee rijdt, hoe voordeliger. Maar zodra je er de garage mee uitrijdt, is hij al een paar duizend euro in waarde gezakt.

-       2WD of 4WD (naar het schijnt baanvaster bij regenweer)?

-       SUV (stoer), hatchback of break (de één al praktischer dan de andere)? Een sedan lijkt mij minder praktisch qua kofferruimte.

Bij de keuze van een auto komt er altijd een deel verstand en een deel emotie kijken. Mijn verstand duwt mij richting zuinig of milieuvriendelijk, praktisch, goedkoop, ik-trek-het-mij-niet-aan-hoe-het-er-van-buiten-uitziet. Mijn emoties trekken aan mijn mouw voor mooi, luxueus, prestige, merkgericht, niet willen onderdoen voor anderen.

Een paar jaar geleden was het toch simpeler. Doe ik veel kilometers? Diesel, zo niet: benzine. En dan alleen nog het merk en de kleur kiezen.

Ik blijf nog even met mijn karretje rijden, vrees ik. Tot het wat duidelijker is waar we naartoe evolueren misschien.

Nieuwe bewoner des kippenhoks

Papieren geheugen

Bij mijn ouders vond ik gisteren nog een doos brieven van een achttiental jaren geleden. Er zaten liefdesbrieven tussen, maar het grootste deel waren brieven naar pennenvrienden, zoals een klasgenoot die voor een opleiding had gekozen aan de universiteit van Gent, terwijl ik mijn week doorbracht in Leuven. Toen kon dat nog voor 15 frank. Als je maandag een brief ontving en je postte het antwoord dinsdag, dan was de kans groot dat de Post je brief ’s woensdags al bezorgde, zodat je ’s vrijdags al opnieuw een antwoord in je bus kon hebben. Twéé brieven op één week. Voor troostende woorden bij liefdesverdriet of een kameraadschappelijk klopje op de schouder moest je geduld hebben. Hoe anders is dat tegenwoordig met de elektronische post. Om van de gewone Post nog maar te zwijgen.

Ze zijn opgefikt, die zielenroerselen uit mijn studententijd. ’t Was alsof ik mijn geheugen in brand stak, want de inhoud van die brieven en zelfs de geadresseerden, was ik ondertussen allang vergeten. Die brieven – ook mijn kladjes zaten erbij, netjes geklasseerd bij het betreffende antwoord, alles bijeengebonden in stapeltjes per correspondent… – gunden mij een blik in hoe ik toen in de wereld stond. Toch deed ik dat niet graag; mijn geheugen in brand steken. Ik mag er echter niet aan denken dat iemand anders (de kinderen later bvb.) die schrijfselen ooit zou lezen. Ik zit niet in de politiek, in de showbusiness of in de high finance, dus de kans dat er later een biografie van mij zal verschijnen, is zo goed als nihil. En bovendien is de inhoud van die brieven a) dan niet relevant, en b) sowieso niet geschikt voor publicatie.

Come to think of it, wat is het verschil met deze blog? Wat ik hier drie jaar geleden achterliet, is evenzeer een neerslag van wat mij toen bezig hield. Al is de zelfcensuur hier een heel stuk hoger.

Gisteren heb ik dus in feite een beetje de voorloper van deze blog verbrand…

Vegetaal

Dochter deze avond, bij het slapengaan: “Als ik op tijd ga slapen, ben ik morgen dan zo fris als een groente?”

Schattige plantjes

Dit weekend, op verplaatsing in de Efteling, wees ik Dochter op de bamboe die gepland stond naast de aanschuifrij. ’t Was goed weer, dus half Nederland zat in de Efteling, en het leek alsof ze allemaal voor dezelfde attractie aan het aanschuiven waren als wij. Een mens haalt dan alles uit de kast wat zijn spruiten ervan kan weerhouden om uit de rij te gaan, te verdwalen tussen de benen van de andere ouders, als rijpe pruimen aan de relingen van de wachtrijen te gaan hangen en er vervolgens af te tuimelen, waarna je met een gillende kleuter met bebloede lip op sleeptouw je positie in de wachtrij op een zuchtje van de attractie moet opgeven. Bamboe is bovendien het lievelingskostje van panda’s, panda’s zien er uit als schattige beren en staan in elk peuterboekje, dus daarmee kon ik de aandacht van Dochter toch weer een halve minuut vasthouden, dacht ik.

Wat wel gelukt was, maar om de verkeerde reden. Dochter dacht dat het over bambi-plantjes ging.

Big in Belgium in Aalst

Mercator

Ik heb het gevoel op een keerpunt gekomen te zijn in mijn leven, waarin ik meer en meer berust in wie ik ben en wat ik kan en mij hoe langer hoe minder aantrek van wat anderen vinden wat ik zou moeten kunnen. OK, sommige mensen bereiken dat keerpunt misschien al tijdens hun puberteit, anderen misschien nooit, awel, voor mij komt het dus halverwege mijn dertiger jaren. Geheel trouw aan wat ik hier zojuist schreef, kan ik het mij niet aantrekken of anderen dat nu laat vinden, of juist vroeg… Het is een proces, en op sommige vlakken was ik daar al lang (mijn muziekvoorkeur bijvoorbeeld). Op andere vlakken duurt het misschien nog even eer mijn frank valt.

Ik voel mij echter gesterkt door wat ik professor Van Bendegem gisteren op de radio hoorde vertellen. Als verantwoording waarom hij niet graag op reis gaat, legt hij uit dat er volgens hem twee mensentypes zijn: Columbussen en Mercators. Columbussen kiezen vaagweg een richting en vertrekken, zonder dat er zelfs duidelijke kaarten zijn van waar ze naartoe gaan. Mercators komen hun huis niet uit, maar maken vandaaruit kaarten van de hele wereld… Hijzelf was een Mercator, vond hij.

Niet dat ik mij nu wil vergelijken met professor Van Bendegem of Mercator, maar ik snap hem wel. Soms heb ik het gevoel dat ik mij moet verantwoorden omdat ik niet op skivakantie wil gaan. Of omdat het mij niet interesseert om op de wei in Werchter te gaan staan, carnaval te vieren of een job te nemen met veel buitenlandse reizen. Awel, ik heb geen zin meer om mij te moeten verantwoorden of om mij een zonderling te voelen omdat ik niet wil gaan skiën; ik ben een Mercatortype, nem. De beker met avontuur erin laat ik liever aan mij voorbijgaan, tenzij het verpakt is in boekvorm. 

Eierdief!

Al enige tijd vind ik gesneuvelde eieren in het kippenhok. Na eliminatie rustten al mijn verdenkingen bij één kip, jammer genoeg één van de beste leggers. Truukje geprobeerd met een leeggeblazen ei, opnieuw gevuld met een mengsel van azijn, mosterd en tabasco, wat qua kleur begot nog leek op een geklutst ei. De kip slobberde het ei lustig op. Waarna ze even met de kop schudde en de snavel aan een graspol afveegde, maar dan toch nog de laatste restjes ging opslokken. Heeft een kip wel smaakpapillen?

Vervolgens een kalken nep-ei gekocht en in het nest gelegd. Helaas pindakaas, nog steeds vond ik resten van eidooier op het stro.

Daarom heb ik eind vorige week opnieuw twee eieren leeggeblazen en gevuld met het mosterdmengsel. Groot was mijn verbazing toen ‘s avonds niet alleen het mosterdei weg was, maar ook het kalken ei. En niet te vinden he, niet onder of achter of naast het hok. De weerwraak van de kip voor de mosterdeieren?

Uiteindelijk zag ik het kalken ei in de wei naast onze kippenwei liggen. Alle resten van dooier waren er afgeregend, en verder was het ongeschonden. Mijn probleem is daarmee nog iets groter geworden; er zal nu ook een externe dief aan het werk zijn. Ekster? Kraai? Marter? Niet de minste aanwijzing, voorlopig…

Eekhoorn

 

Deze avond liep er een eekhoorn over ons terras. Ik heb nog gauw een foto genomen:

Dit is de eerste keer dat ik hoor van een eekhoorn in onze streek (Zuid-Oost-Vlaanderen). We wonen hier niet naast een bos, maar naast velden, weiden… Weinig nootjes voor het dier hier.

Te gast

In ons dialect hoor je ouders vaak verwijzen naar hun kinderen met de woorden “Oos gast’n“. Geen idee waar dit vandaan komt en of er een relatie bestaat met het AN-woord “gast”, maar af en toe lijkt het er wel op dat die van ons thuis precies op hotel zitten. Zoals praktisch overal zeker. Twintig keer per week de pantoffels/sandalen/schoentjes van onder de keukentafel/salontafel/sofa/bureau vissen en op hun plaats zetten. Vijftig keer per week achtergelaten weesknuffels opsporen en herenigen met kleuter-in-bed. Honderd keer per week de inhoud van de gemiddelde speelgoedwinkel bijeenrapen. Alleen, op hotel zeuren de schoonma(a)k(st)ers niet bij al dat opruimwerk. Niet dat het iets uitmaakt.

Soms lijkt het net een videospel. Level 1 is de living. Daar begint het rondstrooien met speelgoed meestal. Als daar even met het meest interessante speelgoed gespeeld is, gaan ze verder naar Level 2, met achterlating van al het speelgoed natuurlijk. In Level 2 hebben ze de keuze tussen Level 2a, de keuken, Level 2b, de kelder, of Level 2c (geef toe dat ge direct aan het toilet dacht, maar nee, toch niet), het bureau. De kelder is de opslagplaats van speelgoed dat tijdelijk of permanent Verbannen is. Wegens even beugespeeld, te lomp, te veel lawaai, of te gevaarlijk voor de inboedel bij rondzwieren zoals bezemstokpaarden en dergelijke. Van Level 2b komen ze vaak weer uit op Level 1. Level 2a en c kunnen toegang verlenen tot Level 3, de slaapkamers.

Bij goed weer (en enige aansporing) is er nog een Bonuslevel, de tuin en het terras.

Als ze hun best doen,  raken er wel twee tot drie levels ondergespeelgoed. De dag dat ze àlle levels uitgespeeld krijgen, zal een gedenkwaardige dag zijn. ‘t Is pedagogisch niet verantwoord, ik weet het, maar op sommige dagen toch: Leve de TV en de gameboy.

Eat this, Einstein!

Ritchie Valens, Sid Vicious, Buddy Holly, Cliff Burton, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrisson: allemaal al beroemd toen ze (sommigen ruim) voor hun dertigste stierven. Albert Einstein was 26 toen hij zijn relativiteitstheorie bekendmaakte.

Ik ben 35, en ik heb mijn eerste zelfgekweekte radijzen en aardbeien opgegeten. In your face, Einstein!

Weeskuikentje

Het kloekje links is gisteren, zoals verwacht, gestorven. Ze was al een drietal weken ziek, at al een tijdje niet meer en keek eigenlijk niet naar haar kuikentje om. Nog een geluk dat die kleine bolletjes eigenlijk nogal snel voor zichzelf kunnen zorgen, al zijn ze ‘s nachts toch nog afhankelijk van de mama om warm te blijven.

En alsof het vinden van dat kipje gisteren na het werk nog niet genoeg was, vond ik het kuikentje ook nog eens halfdood terug, met een bebloed en gescalpeerd kopje. Omdat ik maar één ren heb en twee kloeken, had ik de ren in twee gedeeld. De kuikentjes konden er wel onderdoor kruipen, maar de kloeken konden niet bij elkaar zodat de zwarte de bruine toch met rust moest laten. Het kuikentje was gisteren dus bij de zwarte kloek geraakt, die daar duchtig haar snavel in gezet heeft… Toen ik het oppakte, bleek er toch nog leven in te zitten – het begon direct te piepen en rond te kijken. Ik heb het arme ding wat gewassen – het bloed liep over zijn oogjes – en daarna gedroogd. Het heeft dan de nacht doorgebracht in het kippenhok, waar er nog twee andere Cochinkrielen zitten te broeden op een leeg nest. Het is iets met die krielen, als er één begint te broeden, krijgen ze allemaal goesting. Enfin, een van die kloeken joeg het kleine ding toch niet weg, zodat ik het daar deze morgen toch terugvond in een iets betere staat dan gisterenavond. Ik kan het echter overdag niet los laten lopen, want dan zijn de kraaien er direct mee weg, dus zit het nu opnieuw alleen in de ren – de andere kloek is naar mijn vader verhuisd; de kuikentjes waren toch al voor hem bestemd, maar hij mag er nu die kloek bijhebben verdorie. Hopelijk is het overdag warm genoeg…

Maar nu heb ik er toch mijn buik van vol. Geen kuikentjeskwekerij meer in het vervolg. Geef mij maar een gewone, stevige legkip waar ge niet veel zorgen aan hebt en die tegen een stootje kan…

Mijnen hof

Iets meer dan twee maanden geleden zag het er niet best uit (is dat nog maar twee maanden geleden?!), maar ondertussen ziet mijn moestuin er zo uit:

De patatjes beginnen in de rij dicht te groeien, de sluim(er)erwten staan net in bloei. De aardbeien (rechts, tegen het onkruid-dat-geen-onkruid-mag-heten-aangezien-het-een-bloemenwei-voorstelt) krijgen al wat kleur (gisteren is er al een half opgefret door de vogels, grr). In het midden staat de spinazie en snijbiet boven, en achteraan zijn de worteltjes, schorseneren, radijzen, sla, spruiten en rodekool ook uitgekomen. Onder het miniserretje achteraan staat een paprikapoging. Waarschijnlijk tot mislukken gedoemd, tenzij we nog maanden het weer blijven hebben dat we tegenwoordig hebben.

Wat een contrast met een dikke twee maanden geleden. Toen water in overvloed, nu is het elke avond gieten geblazen om de kleine kiemplantjes in leven te houden…

Kuikentjes

Ziet ze daar nu zitten, zusterlijk naast elkaar:

Maar schijn bedriegt… Brace yourself voor dit verhaal van jaloezie en eieren-die-altijd-groener-zijn-aan-de-overkant.

Nu moet je weten dat kloekje links eerst eigenlijk kloekje rechts was. Of eigenlijk gewoon kloekje alleen, want kloekje rechts, euh, de zwarte dus nu, was toen nog niet broeds. Kloekje alleen zat toen op zes eitjes, en ik had er met potlood een kruisje op gezet, zodat ik de eieren die er nadien bijkwamen, kon herkennen. ‘t Zijn echter nogal na-apers, die krielhennetjes. Een paar dagen nadat kloekje alleen beginnen broeden was, was kloekje alleen plots kloekje rechts geworden, maar het toenmalige kloekje links – de zwarte – is zowat de baas van de kippenwei, in duumkipaat met de haan. En die vond dus dat rechts de betere plaats was. Dat er zes eitjes lagen waar ze geen moeite voor moest doen, was leuk meegenomen. Dus kloekje links verjaagde kloekje rechts en werd zelf kloekje rechts, waarbij er een ei sneuvelde. Eigeel all over the place, zodat ik mijn potloodstreepjes ternauwernood kon herkennen en nog maar zeker was van een viertal eitjes. Ondertussen waren er weeral eitjes bijgelegd, zodat er toch zes eieren in het nest bleven liggen.

Ik vond dat niet eerlijk van kloekje rechts – de zwarte, en legde kloekje links haar eitjes terug bij haar, nu links dus. De dag erna zat kloekje rechts – de zwarte – weer links op de zes overgebleven eitjes, en moest kloekje euh rechts – de bruine nu – weer genoegen nemen met het lege nest aan de rechterkant. En wéér was er een ei gesneuveld, wéér overal eigeel, en weer een vers ei erbij dat ik niet van de rest kon onderscheiden…

Kloekjes weer omgedraaid, maar kloekje rechts – de zwarte – wou niet blijven zitten op een leeg nest. Ik heb haar dan maar de twee eitjes gegeven waarvan ik het zekerst was dat ze geen potloodstreep hebben gehad. Het had een vraagstuk in de lagere school kunnen zijn; hoeveel eitjes blijven er nog over voor kloekje links? Vier dus, waarvan twee met sporen van potlood en twee twijfeleieren.

Waarna de rust in het hok voor de volgende paar weken terugkeerde…

Met al dat nest- en eigeruil was ik al lang niet meer zeker van het juiste uitkipmoment. De kuikentjes ook niet, denk ik, want ze zijn allemaal op verschillende dagen uit hun ei gekomen. Eerst bij kipje links, die al het langst aan het broeden was. Twee dagen nadien nogmaals bij kipje links, en toen heb ik de overgebleven eitjes aan kipje rechts gegeven, want met een kuikentje van al twee dagen oud op dat moment werd het tijd om haar over te brengen naar de kippenren. Kuikentjes los laten lopen is vragen om problemen bij ons, gezien de vele kraaien die met hun kraaloogjes alles gezien hebben en neerduiken op het moment dat ik terug in huis ben.

Een tweetal dagen later lag het jongste kuikentje ‘s morgens echter buiten het nest… Geen idee wat er ‘s nachts gebeurd was en waarom het niet mee onder de mama mocht (die indruk hadden wij toch de avond voordien)…

Nóg een dag later zat kloekje rechts dan weer met twee verse kuikentjes. Ze is nog een dag of twee blijven broeden op de resterende twee eitjes, maar daar is niets meer uitgekomen. Nu zitten ze beide in de ren, met een tussenschot in het midden, want kloekje rechts blijft de baas en laat kloekje links niet met rust.

Dat alles is ondertussen al meer dan twee weken geleden gebeurd, terwijl het eigenlijk de bedoeling was die foto hier te plakken op het moment dat ze nog aan het broeden waren. En kloekje links is ondertussen ziek, vermagerd, lusteloos en kijkt niet naar haar overgebleven schattig kuikentje om. Mogelijks komt er dus nog een dramatisch einde aan dit verhaal…

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.